Rudi's Schrijfsels

Via deze weg kan je rechtstreeks contact met me opnemen







34922

Wat vind je van mijn schrijfselsblog?





Bekijk de resultaten


Reacties


Welkom bij de vrolijke bloggers

Caminando con la cámara ...
grysloke















Stem Vlaanderens Beste




Skynet Exist






JaguliensTOP100





Een herpublicatie van de schrijfsels die ik reeds eerder uitbracht onder het pseudoniem Ru(sh)di(e) en pennenvruchten die ook al verschenen op mijn andere blog.


17-11-2009
Gebruik deze link als u rechtstreeks dit artikel wilt bookmarken of linken...Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam er niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand het eens aandurfde om hem te vragen naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik er arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntj e kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder op dat boodschappenlijstje  te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding konden nodig hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster, de cafébazin, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, confituur en andere voedingsmiddelen, sigaretten, kaarsen, batterijen, kruidenierswaren, speelgoed... Als ik het mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso voor je woonst. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar wat later bleek, terechte vrees te worden overspoeld door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet meer. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst, met die opgezwollen, etterende ogen. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem het extra heen en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart. Welke bereiding mijn zussen prefereerden, dat herinner ik mij niet.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat ook nu, sinds de laatste tien jaar, weer vaker in de straten opduikt. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er reed ook een ijsventer rond op een soort van gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeliers droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Vroeger gebeurde het ook wel vaker dat je bij de buren over de vloer kwam. Om bijvoorbeeld een pakje boter te lenen of enkele klontjes suiker, tot je zelf tot aan de winkel geraakte. Of om te telefoneren als je, zoals bij ons het geval was, niet zelf over een telefoonverbinding beschikte. Of bij de boer om hooi te halen voor mijn ma haar konijnen. Of aardappelen. Of eieren van de scharrelkippen. Met een kan, verse melk halen bij één van onze 'boerenburen' deden we niet, want in ons gezin was er niemand die deze melk lustte.

Op geregelde tijdstippen kwamen aan huis ook de kolenmarchand en de verhuurder van gasflessen. Ten behoeve van het in ons achterhuis opgestelde, op gas werkend kookvuur. Van die grote, zware donkerblauwe bidons waren dat! De verkoper van textiel aan huis, heb ik enkel als heel kleine jongen weten langskomen. Inderdaad met handdoeken, zakdoeken, dweilen en zo meer.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs En er was geregeld een bloemist die, van deur tot deur, zijn waar aanbood. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemden dat een Mobylette, maar ik ben er vrij zeker van dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet op het hoofd, waarop als reclame, de naam van de krant stond gedrukt, reden per twee, ieder aan één straatkant, met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden er dan ook nog eens bij: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De, voornamelijk mannen en jongens, werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook afhalen. Zo deed de oud ijzerman geregeld zijn ronde. Waarbij je dikwijls nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En tegen het einde van elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te mogen snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke ook  in die tijd reeds vaak werden gebruikt in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor diende te verrichten, toch een aardig extraatje opleverde.

Rudi, 17 mei 2009 (publicatie op de blog 'Rudi's kijk op de wereld') - revisie & aanvulling op 16 november 2009.

17-11-2009, 21:00:00 Rudi

Delen

arbeid   auto   bevoorrading   bier   boeren   brood   buren   camionette   centrum   dag   dorp   fles   gehucht   getuige   god   herinneringen   hoofd   huis   job   joepie   kerel   klant   klanten   krant   ma   man   mens   mensen   mobylette   moestuin   ouders   pa   pesten   pet   pint   prijs   roman   ronde_van_frankrijk   rondevanfrankrijk   rudi   shoppen   straat   vehikel   verkoopster   verleden   voertuig   weer   winkel   zus  

Reacties (2)

(0 Stemmen)
07-11-2009
Gebruik deze link als u rechtstreeks dit artikel wilt bookmarken of linken...Rudi’s overdenkingen - Apenland

 

In België trekken sommige regels werkelijk op geen kloten! Zo betaal ik bijvoorbeeld, omdat ik daartoe ben verplicht, jaarlijks trouw mijn bijdrage voor de zorgverzekering. Weliswaar aan een gunsttarief, gezien mijn situatie. Maar hoewel ik aan alle voorwaarden om daar van te genieten, ruimschoots voldoe, wordt deze niet aan mij uitgekeerd!

Omdat ik een budget krijg uitbetaald om assistenten aan te werven en te betalen! Maar met dat geld kan ik niet hetzelfde doen als met het bedrag van de zorgpremie! Dat budget mag enkel en alleen worden aangewend om onder een arbeidscontract voor mij werkende personen te betalen, en tevens een beperkt aantal daaruit voortvloeiende kosten. En al die uitgaven moeten tot in de details met officiële documenten worden bewezen.

Gedurende het eerste jaar dat ik weer thuis woonde, na anderhalf jaar in het ziekenhuis te hebben vertoefd, maakten wij gebruik van de dienst thuiszorg, van de mutualiteit waarvan we toen lid waren. En waar we trouwens nu nog steeds zijn bij aangesloten. Die mensen kwamen ons huisgezin enkele dagen per week bijstaan voor het verrichten van allerlei huishoudelijke taken en het helpen van de verpleegkundigen bij mijn verzorging.

Op het einde van dat kalenderjaar werden we op een zekere namiddag opgebeld door de verantwoordelijke van deze dienst. Ze had me een maand daarvoor ook al eens gebeld voor een afspraak om mijn dossier te herbekijken. Toen was die ontmoeting evenwel niet doorgegaan, want ze was ziek geworden, zoals iemand van haar dienst me telefonisch had gemeld. En nu wou ze ineens dringend langskomen. Dat vrouwmens werd warempel boos toen mijn echtgenote haar kordaat meldde dat we haar de huidige week niet meer konden ontvangen! Als invalide wordt je immers verondersteld ten allen tijde, voor iedereen die dat wil, beschikbaar te zijn. Zieken en gehandicapten hebben toch geen plannen, noch bezigheden, zo veronderstelt men volkomen onterecht.

In het begin van de daarop volgende week kwam die vrouw dus op huisbezoek. Allicht van de maatschappelijk werker van de mutualiteit, behorende tot dezelfde zuil, maar dat wou ze niet bevestigen, had ze te horen gekregen dat me vanwege de overheid een integratietegemoetkoming was ten deel gevallen. Dus nu moest de ons aan te rekenen kostprijs, voor de door hen aangeboden thuishulp, worden herberekend. Als er (geld) te rapen valt, schiet men vlug in actie!

Toen ik tijdens de voorbije zomer van dat jaar die vrouw contacteerde omdat ik, in de zorgsector, een door hen gehanteerde vakantieperiode van drie (3) maand, met zeer beperkte dienstverlening, toch wat al te gortig vond, reageerde ze zo snel niet. Wat zeg ik? Ze heeft daarop helemaal niet gereageerd! Misschien wel omdat ze zelf ook zo een lange pauze nam?!

Om terug te komen op de reden van dat huisbezoek. Verrast merkte ik op dat, naar ik vernam, die integratiepremie me door de hogere overheid werd toegekend om deels de extra kosten die mijn handicap met zich meebrengt, te dekken. "En u wilt deze dus gebruiken om er uw organisatie mee te financieren?" zo stelde ik de dame beleefd de vraag. Je had die moeten zien steigeren! Ze ging me dus het bewijs opsturen dat mensen zoals zij wel degelijk recht van inzage hebben in mijn overheidsdossier en haar wijze van handelen, volkomen reglementair was!

Enkele dagen later ontving ik met de brievenpost een kopietje van één of andere wettekst, uitvoeringsbesluit of zoiets, waaruit dus moest blijken dat het mens gelijk had. En het recht had de prijs per uur op te trekken tot een astronomisch bedrag. We hebben die thuishulpdienst terstond buiten gebonjourd, want voor die prijs konden we net zo goed iemand uit de privé betalen!

Rudi, 4 april 2009 (revisie op 26 oktober 2009)

07-11-2009, 14:43:09 Rudi

Delen

apenland   belgie   budget   dienstverlening   dossier   echtgenote   gehandicapt   geld   huisbezoek   integratiepremie   kloten   kosten   mens   mutualiteit   overdenkingen   overheid   prijs   prive   reglementair   rudi   thuis   thuiszorg   vakantieperiode   verpleegkundige   verpleging   vrouw   week   ziek   ziekenbond   ziekenhuis   zomer   zorgpremie   zorgsector   zuil  

Reacties (3)

(0 Stemmen)
19-10-2009
Gebruik deze link als u rechtstreeks dit artikel wilt bookmarken of linken...Heden & verleden - Crossfiets

 

Mijn zoon Austin heeft zich een BMX aangeschaft. Met zijn eigen spaarcenten en met goedkeuring van zijn ouders. Hij was reeds enkele jaren aan het twijfelen of hij nu ging sparen voor een laptop of voor een stalen ros. Uiteindelijk is het dus een BMX geworden. Kost bovendien slechts de helft van een schootcomputer, zodat de jongen het saldo van zijn spaargeld verder kan aandikken om op een later tijdstip alsnog een laptop aan te kopen.

BMX'en is opnieuw een rage aan het worden. Jongeren, voor zover mij bekend haast uitsluitend jongens, en uit alle milieus, groepen samen om op heuvelachtig terrein te crossen, over bulten en zelf aangemaakte schansen te springen en trucjes uit te halen. Een heel sociaal gebeuren dus, en een sport die bovendien voornamelijk buiten wordt beoefend.

Het enige minpunt vind ik het feit dat die BMX'en niet volledig conform de wegcode zijn uitgerust. Een fietsbel ontbreekt bijvoorbeeld, en reflectoren eveneens. Dat er op (laten) plaatsen vinden die jongelui 'niet kunnen.' Derhalve laat ik mijn zoon slechts met tegenzin met zijn BMX over de openbare weg naar het crossterrein rijden. Maar ja, hoe moet hij er anders geraken?

Het is wel leuk om te zien hoe de jongen, vooraleer hij zich naar het lokale crossterrein begeeft, eerst op YouTube gepubliceerde filmpjes bekijkt, met daarop voorbeelden van sprongen, trucs, bewegingen... Het gebeurt ook dat Austin in onze eigen achtertuin aan het 'trainen' is en opeens naar binnen komt gelopen met het verzoek snel even op mijn laptop naar een filmpje te mogen kijken om te zien hoe een bepaalde truc of beweging alweer dient te worden uitgevoerd.

Helemaal achterin onze tuin, tussen twee rijen sparren, heeft hij, samen met zijn broer en een aantal vrienden, een eigen parcours mogen aanleggen. Met een verhoog van zowat een meter, van waarop ze starten, een aanloopzone van een meter of tien en dan een diepte van een halve meter , een hoogte van vijftig centimeter, weer een diepte en nog een hoogte. De kunst is om, met de gepaste snelheid, de BMX, bij het nemen van de eerste hoogte, zo ver de lucht in te krijgen dat de volgende diepte en hoogte, al zwevend in de lucht worden overbrugd en er, zonder vallen, veilig en wel, op twee wielen wordt geland, op het vlakke stuk grond erachter.

Tijdens mijn prille jeugdjaren had ik een zelfgemaakte crossfiets. De basis was een afgedankte, roestige witte minifiets van mijn oudste zus. Je kent dat wel, zo een compacte fiets die bovendien kon worden dubbelgevouwen. Samen met mijn pa had ik op de schuine buis de brandstoftank gemonteerd van zijn ook al afgeschreven antieke motorfiets. En als zitting had ik een lang, grijs zadel dat eveneens van een motorfiets afkomstig was. En met een aangepast hoog stuur en een grote koplamp erbij, had ik een ferme crossfiets!

Je had mij in die tijd in onze tuin moeten zien rijden. Met mijn ook ouderwetse blauwe motorhelm op met een witte middenstreep; Die had lederen oorflappen, die met een sluiting onderaan de kin het ding op mijn hoofd hielden. Mijn plastieken stofbril completeerde het geheel! Op zondagen ging ik dikwijls met mijn vader naar de motorcross kijken. We konden na de prijsuitreiking voor mij part niet snel genoeg terug thuis zijn, zodat ik met mijn crossfiets de wedstrijd kon naspelen. Ik zette zelfs heuse parcours uit. Ik klopte stalen pinnen in de grond, verbond deze met touwen en hing zelfs hier en daar lintjes.

Omstreeks het begin van de jaren tachtig werd BMX crossfietsen een tijdje populair in onze contreien. Her en der werden er teams gevormd, clubs opgericht en wedstrijden georganiseerd. Veelal kwamen de jonge sporters uit het motorcrossmilieu. Met mijn pa ben ik nog naar enkele wedstrijden gaan kijken. In het eerste jaar middelbare school had ik trouwens ook een klasgenoot die in zulke crossen meereed.

Moest mijn lichaam, heden ten dage, als gevolg van dat geklungel van die chirurg, niet zo willoos zijn, ik zou toch wel eens stiekem op Austin zijn BMX durven kruipen. Terwijl de jongen naar school of om een andere reden thuis afwezig is. Om evenwicht- en andere kunstjes uit te proberen, want zulke dingen lijken me leuk. Omwille van de eerder aangehaalde reden zal het BMX'en evenwel in mijn dromen moeten geschieden. Wat dan weer als voordeel heeft dat ik er niet mee moet wachten tot mijn zoon er een keertje niet is!

Rudi, 6 maart 2009 (revisie op 14 oktober 2009)

19-10-2009, 16:42:57 Rudi

Delen

antiek   austin   bewegingen   blog   bmx   chirurg   club   crossfiets   fiets   jeugdjaren   jongen   laptop   lichaam   minifiets   motorcross   motorfiets   motorhelm   pennenvruchten   prijsuitreiking   rudi   schootcomputer   schrijfsels   spaarcenten   sprongen   team   trucks   tuin   wedstrijd   wegcode   youtube   zoon  

Reacties (7)

(5/5 - 1 Stemmen)
 Vorige pagina
Home


Overzicht schrijfsels

Tags (sleutelwoorden)


website monitoring


Klik voor statistieken

Klik voor statistieken

Klik voor statistieken

Promoot je blog
Verhoog het bezoekersaantal van je weblog... GRATIS










¿ Skynet 2003