23-03-09

Belevenissen in het UZ, het tweede deel

 

Op een zekere middag stonden we met enkele patiënten in de gang, toen we plots in het toilet iemand hoorden kreunen. Alert en hulpvaardig als we zijn, reed één van ons onmiddellijk richting verpleging met de melding dat er waarschijnlijk iemand in nood was.

Even later klopte een verpleegkundige op de WC- deur van waarachter het gekerm had weerklonken. Met daarbij de vraag of ze hulp kon bieden. Naar verluidt werd haar door een mannenstem verzekerd dat alles in orde was. Met deze melding stelde zij ook ons gerust en schouderophalend ging ze vervolgens terug aan het werk.

Terwijl de rest van ons gezelschap zich naar de oefenzaal repte, kon ik niet nalaten nog even in de buurt te blijven rondhangen. Luttele minuten later kwam uit de toiletten een koppeltje te voorschijn. Met een beetje een blozend gelaat, hun kledij fatsoenerend.

Het mafste verhaal dat ik ooit heb gehoord, is het volgende. Met Gaston, een medepatiënt uit het R.C. (RevalidatieCentrum), ging ik 's avonds regelmatig eten in het restaurant, gelegen op de 14de verdieping van kliniekgebouw K12. Die mogelijkheid werd ons geboden als alternatief voor het benutten van het avondmaal in de kale refter van het RC.

In het restaurant hadden we kennis gemaakt met twee patiënten, ook rolstoelers, die ieder op een verschillende afdeling en dus verdieping, van K12 verbleven, maar regelmatig samen naar boven kwamen om een sigaretje te roken en een pintje te drinken. Laat ik ze Walter en Alain noemen.

Op een zekere avond kwamen Gaston en ik eten in het restaurant. En zagen Walter daar zitten. Alleen. Ik vroeg hem waar zijn maat was. "Die hebben ze in zijn kamer gehouden" gaf hij als antwoord en begon vervolgens een amusant relaas te vertellen over wat zich die namiddag had afgespeeld.

Walter en Alain zaten samen op het 14de, toen een vriend van Alain ten tonele verscheen. Type schooier en duidelijk onder invloed van verdovende middelen. Na eerst een pint voor hun drieën te hebben gehaald, zette die kerel zich bij, en begon wat met Alain te praten. Walter hied zich discreet afzijdig.

Op zeker moment verdwenen Alain, zelf ook al een junk, en diens vriend, richting toiletten. Toen ze beiden even later terugkeerden was meteen duidelijk wat Walter reeds vermoedde: ze hadden een shot gezet.

Die spuit had Alain's vriend blijkbaar geen deugd gedaan want hij zag er nog beroerder uit dan toen hij in het restaurant arriveerde. Ze besloten om met zijn allen naar Alain's kamer te gaan. Diens kamergenoot werd die ochtend geopereerd en was nog niet terug.

Alain's kameraad voelde zich echt niet lekker en was moe. Waarop de eerst genoemde voorstelde aan de andere een tukje te doen in de zetel in diens kamer, terwijl hij met Walter in de taverne beneden nog een glas zou gaan drinken. Die kerel nam dat aanbod gretig aan en kroop in die fauteuil.

Toen Alain en Walter zowat anderhalf uur later terug op de afdeling verschenen, was er van de junkie geen spoor meer te bekennen. Alain's kamergenoot was terug, maar aan het slapen, dus kon die hen op dat moment geen informatie verstrekken. Kennelijk absoluut niet zinnens zich zorgen te maken over het lot van zijn gabber, veronderstelt Alain: "Allicht naar huis."

Niks van, echter. Want later bleek dat, toen Alain's kamergenoot terug naar zijn kamer werd gebracht, men had geprobeerd om die in de zetel slapende vriend wakker te maken, omdat de sofa waar hij in lag in de weg stond om dat bed naar zijn plaats te manoeuvreren. Toen dat niet lukte werd er een verpleegster bijgehaald, die op haar beurt een dokter ter hulp riep. Enfin, uiteindelijk hebben ze die man toch bij zijn positieven kunnen laten komen, onderzocht en overgebracht naar kliniekgebouw K13, psychiatrie. Mogelijks resideert hij daar nog steeds.

Een leuke vind ik zelf het verhaal van een patiënt die me zei dat hij, aan het begin van zijn adolescentie, een operatie had ondergaan - als ik mij goed herinner een liesbreuk - waarvoor een deel van zijn schaamhaar diende te worden weggeschoren. De charmante verpleegster die dat werkje zou uitvoeren had de assistentie van een knappe, jonge, uiterst lieve stagiaire.

Op aanwijzing van de verpleegkundige hield dat meisje die jongen zijn piemel in haar handpalm zodat eerstgenoemde probleemloos het haar op zijn onderbuik zou kunnen verwijderen. De warme meisjeshand veroorzaakte bij de jongeling echter een reactie die iets met hormonen heeft te maken. Enigszins verveelt om hetgeen gebeurde, maar ondanks alles toch ad rem genoeg om zich op een laconieke wijze uit deze situatie  te redden, zei die jongeman tegen de stagiaire: "Euh juffrouw, je mag je handje wel wegnemen hoor, hij kan nu niet meer vallen."

Ru(sh)di(e), 25 mei 2002  (revisie op 22 maart 2009)

Commentaren

goeie morgen Rudi haha goed geantwoord van die kerel over zijn 'vlaggemast', je moet er maar aan denken :-)

wat zou dat koppeltje in die toiletten uitgespookt hebben vraag ik me af :-)
lichaamssappen uitgewisseld waarschijnlijk hahaha

fijne maandag Rudi
groetjes

Gepost door: Borriquito | 23-03-09

Hahahah ik kan me 't gezicht van die verpleegster zo voorstellen. Blijkbaar hebben jullie ook héél wat mee gemaakt daar hé.

Gepost door: Chris, Laika en Cheko | 23-03-09

Dag Rudi Verhalen waar veel leed in schuilt maar het is natuurlijk fijn dat je er de hele leuke uithaalt.
Amai, dienen vriend van Alain...ik heb ooit eens iemand bezocht op K13 maar ik voelde me daar toch niet op mijn gemak hoor.

Je moet weten dat ik nu in Antwerpen woon, maar eigenlijk ben ik afkomstig van Oost-Vlaanderen. Ik ken het UZ dan ook redelijk goed...daar wilden ze me absoluut niet opereren aan mijn rug wegens "te jong"!
Maar hier in Antwerpen hebben ze toch ingezien dat die pijnen echt niet konden blijven duren en dat het alleen maar erger zou worden.

Ik heb speciale censuur op mijn pc en die onderste anekdote heb ik dus niet kunnen lezen ;-))

Gepost door: Veerle | 23-03-09

De commentaren zijn gesloten.