28-03-09

De avonturen van Rudi & Co – Rolstoelellende

 

Vrijdag de dertiende ben ik zonder kleerscheuren doorgekomen. De dag zag er in vergelijking met andere dagen niet grauwer uit, en er is me ook niks ergs overkomen. Niet dat ik er trouwens zozeer in geloof dat dit een onheilsdag zou zijn.

Het onheil kwam voor mij pas twee dagen later, op zondag. Een sombere, grijze, bewolkte dag. Terwijl mijn ene zoon met de bus richting Moeskroen was vertrokken, om als doelman te fungeren in de nationale voetbalcompetitie van de Duiveltjes, was ik deze ochtend met mijn ander zoontje naar het buurtplein van een wijk gereden, gelegen op zowat vijf kilometer van onze woning. Daar komen elke week een dertigtal jeugdige spelers samen voor een uurtje voetbal. Er wordt gespeeld in twee, soms zelfs drie groepen, ingedeeld volgens leeftijd. De sfeer is ontspannen, alhoewel ook hier ernstig wordt gevoetbald. En elke ploeg tracht te winnen en de speler(tje)s van het verliezende team zijn na afloop teleurgesteld in het resultaat. Mijn zoon was in zijn nopjes, want zijn ploeg had gewonnen!

Na de wedstrijd verorberden wij ter plaatse nog onze meegebrachte boterkoeken, vooraleer de terugtocht aan te vatten. Mijn zoon zat, net zoals bij de heenrit, op mijn schoot. Er woedde een kille wind en het wolkendek voorspelde weinig goeds. Na een dik kwartier rijden, reden we de brug op, die over de spoorweg loopt. Het fietspad, dat door een kortgeschoren haag gescheiden is van de autobaan met pechstrook, was bezaaid met sprokkelhout en allerlei vuil, dat ik onmogelijk allemaal kon ontwijken. Ik reed dus heel voorzichtig, me beducht van slipgevaar, gezien het natte wegdek en die ook al doorweekte takjes. Plots weerklonk een zachte knal. "Neen toch?" dacht ik, terwijl ik zachtjes nog enkele meters verder reed. Het geluid dat ik bij elke wielomwenteling hoorde, voorspelde echter weinig goeds. Ik hield halt en vroeg mijn zoon van mijn schoot af te kruipen en de staat van mijn achterwielen te controleren. Mijn angstig vermoeden werd onmiddellijk bevestigd: platte band! Rechts achteraan.

De ernst van de situatie beseffend begon mijn zoontje zachtjes te huilen. Ik stelde hem echter gerust. We waren dan wel weer pechvogels, we vonden ook voor dit probleem vast wel een oplossing. Ik bleef er dus rustig onder. Aangezien ik reeds bijna 1.400 kilometer op de teller had staan, zonder noemenswaardige pech te hebben gehad, had ik een euvel als dit wel eerder vroeg verwacht, dan laat.

Middels mijn mobiele telefoon belde ik mijn echtgenote, met de vraag om ook mijn vader ter hulp te roepen. Met een fietsband reparatieset en een goede pomp, teneinde me zo mogelijk eventueel ter plaatse te depanneren. Op dat moment had ik echter nog geen idee van hoe we dat dan in de praktijk voor elkaar zouden krijgen.

Terwijl wij daar zo stonden te wachten werden we gepasseerd door tientallen auto's. Vele inzittenden keken ons aan, doch niemand stopte. Tot plots dan toch een auto halt hield bij ons en de inzittenden, een dame en een heer op leeftijd, hun hulp aanboden.

Inmiddels waren ook mijn echtgenote en ouders gearriveerd. Het begon nu ook flink te regenen. Ter plaatse aan mijn stoel werken was dus zo goed als uitgesloten. Aangezien ikzelf over geen enkel transportmiddel beschik, stelde de mannelijke helft van het hulpvaardige koppel me voor om thuis hun aanhangwagen op te halen. Hij had iets staan dat ideaal was voor deze klus.

Uiteraard was ik enorm verheugd over dit welgekomen aanbod. Terwijl die mensen wegreden, liet ik me vooraan in mijn vaders auto plaatsen. Even later verscheen het koppel terug met hun remorque: een BEESTENWAGEN! Zo een aanhangwagen waarin paarden en allerlei vee wordt vervoerd. Maar inderdaad uiterst efficiënt. De neergeklapte lage laadbrug liet mijn echtgenote toe probleemloos mijn invalidenkarretje in de aanhanger te rijden. Terwijl ze mijn rolstoel aan het inladen waren arriveerde ook een dienaar van de wet, op een motor. Iemand had de noodcentrale gebeld. Was die persoon zo naïef geweest te geloven dat de arm der wet mijn band zouden plakken?

Eens thuis werd ik getransfereerd naar mijn toiletstoel en zo het huis binnen gedragen. De as van mijn rolstoel werd middels de krik uit mijn echtgenotes auto opgekrikt, het wiel er afgehaald en de zowat één centimeter lange scheur in mijn binnenband werd door mijn vader opgelapt. Vrij snel kon ik terug in mijn karretje plaatsnemen en me zoals tevoren doorheen onze woonkamer bewegen.

Twee dagen later, na schooltijd, begaf ik me met mijn kinderen naar een speelpleintje in de buurt. Onderweg werd ik aangesproken door een kerel op een fiets, die ik voorheen nog nooit had gezien. "Zondag heb je geluk gehad, hé!" zei hij. "Inderdaad!" antwoordde ik, in de veronderstelling dat hij doelde op mijn hulpvaardige redder met zijn aanhangwagen. Niet dus. Bleek dat hij me met de auto was gepasseerd en diegene was geweest die de politie had gebeld. Daar had ik nogal wat aan gehad! Rolstoelers depanneren is trouwens ook die mensen hun job niet. In plaats van eens te stoppen en te vragen of en hoe hij me kon helpen! En dan leek die vent nu nog verbaast dat ik hem niet dankte voor zijn actie. Sukkel!

Alweer een dag later, de woensdag dus, was het de laatste namiddag waarop er voetbaltraining was voor de kinderen. Daarna begon de winterstop. Na de training, en nadat de kinderen opgefrist en in verse kledij gestopt weer naar buiten waren gekomen, verlieten we de jeugdterreinen, om huiswaarts te keren. Eén van de kinderen op mijn schoot gezeten, de andere achteraan op de fiets, bij mijn assistent. Toen ik de lichte helling aan de toegang tot de terreinen opreed weerklonk uit mijn rolstoel een alarmsignaal, waarna de machine stilviel. Ik schakelde mijn vehikel terug aan. De batterijindicator duidde aan dat mijn accu's zo goed als leeg waren.

Hoe kon dat nu? Ik had wel reeds behoorlijk wat kilometers afgelegd die dag: de kinderen 's ochtend naar school gebracht, later die voormiddag naar de wekelijkse openbare markt gereden en daar wat rondgetoerd, de kinderen 's middags terug van school gehaald en in de namiddag dus de heenrit naar het voetbalveld. Maar grofweg gerekend was dat alles samen slechts een goeie vijfentwintig kilometers, terwijl de actieradius van mijn machine het dubbele bedraagt. Weliswaar bij ideale omstandigheden, op vlakke weg, terwijl ik 's ochtends en die avond met licht reed, en enkele hellingen had getrotseerd, maar toch...

Met mijn zoon naast me stappend, reed ik verder. En viel weer stil. "Wat nu gezongen? 'Help' van de Beatles misschien?" Opnieuw schakelde ik mijn wielkar aan. Als ik niet te snel reed, dan viel mijn transportmiddel niet stil, maar de accu-indicator bleef wel vervaarlijk knipperen als aanduiding dat de accu's ver leeg waren.

Ik was niet ongerust, aangezien ik me in een bebouwde kom bevond en, in geval ik permanent zou stilvallen, mijn assistent huiswaarts kon sturen om mijn batterijlader en een verlengkabel op te halen. Er zou allicht wel één woning zijn waar we elektriciteit zouden mogen aftappen.

Aan een zeer lage snelheid, doch zonder stilvallen van mijn rolstoel, bereikten we de hoofdweg. Nu was het niet ver meer, maar we moesten wel de brug over de Durme nog over en als daar de batterijen totaal de geest zouden geven, dan had ik pas echt een probleem. Het leek me dus verstandig eerst mijn accu's ergens bij te laden.

Net toen ik aan het beslissen was waar ik zou aankloppen om hulp te vragen, werd ik gebeld. Het was mijn echtgenote. Bleek dat ze zich op de parking van het warenhuis bevond, schuin tegenover de plaats waar wij stonden. Ik legde haar snel de situatie uit en luttele minuten later was ze bij ons. Ik bracht haar op de hoogte van mijn plan en verzocht mijn eega thuis de batterijlader, alsook een verlengkabel te halen.

Toen mijn vrouw even later terugkwam had ik inmiddels beslist in een winkel van motoren en scooters, een twintigtal meters verwijderd van de plaats waar we stonden, om medewerking te vragen. Allicht zou ik daar binnen kunnen staan. Dat zou warmer zijn dan buiten, waar het alweer aan het vriezen was gegaan. En dan hadden we ook dat verlengsnoer niet nodig. De mensen van de motoren gingen zonder dralen in op mijn verzoek en verleenden me meteen toegang tot hun garage. Alwaar ze me een stopcontact aanwezen in hetwelk ik mijn batterijlader kon laten aankoppelen.

Even later kwam een man, naar ik vermoedde de zaakvoerder, een kijkje nemen. Ik zei die heer dat ik het erg op prijs stelde van zijn faciliteiten gebruik te mogen maken. Hij antwoordde me dat het voornaamste was dat ik werd geholpen. Op zijn vraag of een tijdje bijladen voldoende zou zijn om mijn batterijen op te laden, reageerde ik door hem te zeggen dat ik slechts vermogen nodig had om over de brug te geraken, aangezien ik in dezelfde straat woon, slechts een goeie kilometer bij hen vandaan, dus in de buurt. "Ja", zei die man met een brede glimlach, "Dat heb ik al gedacht. Ik zie je bijkans elke dag hier voorbij passeren."

Na twintig minuutjes laden besliste ik de adapter terug af te laten koppelen, in de hoop dat de batterijen voldoende waren bijgeladen om thuis te geraken. Na uitvoerig mijn welgemeende dank te hebben betuigd aan de mensen van die motorenwinkel, vertrokken we huiswaarts. De kinderen liet ik met hun mama in de auto plaatsnemen. Zelf reed ik, zonder licht, want dat zou teveel stroom verbruiken, op hoop van zege, huiswaarts. Mijn assistent fietste, met licht, voor me uit. Zo ben ik dan toch op eigen kracht thuisgeraakt. Al moest er bij het oprijden van de oprijplankjes voor mijn woning wel wat bijgeduwd worden. Omdat de accu's niet voldoende vermogen meer hadden om die kleine hellingen te trotseren.

Alweer een probleem dat zonder al te veel moeilijkheden was opgelost geraakt. En de volgende ochtend waren de batterijen weer bijgeladen. Maar ik heb wel ook een afspraak gemaakt met de technicus van mijn leverancier om toch even te onderzoeken of er niks aan de hand is met mijn onmisbaar vehikel.

Ru(sh)di(e), 20 december 2002 (revisie op 23 maart 2009)

Commentaren

hallo een goede morgen
ik wens je een leuke weekend toe
groetjes

Gepost door: @ludwig | 28-03-09

goeie morgen Rudi gelukkig zijn er toch nog steeds bereidwillige mensen die een ander in nood direkt helpen

die kerel die de flikken had gebeld dacht zeker dat die je naar huis zouden brengen :-)

ondanks de regen je toch een fijne zaterdag toegewenst
groetjes

Gepost door: Borriquito | 28-03-09

Gelukkig kon je in beide gevallen toch nog rekenen op mensen met het hart op de juiste plaats. Al snap ik langs geen kanten dat ze je de eerste keer zo maar voorbij reden, zoiets doe je gewoonweg niet. En tja de politie uw vriend ? Hmmm ik denk niet dat ze voor taxi willen spelen.

Gepost door: Chris, Laika en Chesko | 28-03-09

Kom dat maar tegen zeg .... ! Puh, aan zo'n hulp als die man op de fiets die jou onverwachts aansprak, dààr had je wat aan ! Je moet maar durven zeg ... :-(
Gelukkig zijn er nog andere mensen op de wereld hé , Eind goed, al goed , zou ik zeggen ...
Enne ...
Ook een fijn weekend jullie toegewenst zennne ...
Zwaai zwaaaaaaaaaaaaaai ... :-))) !

PS reactie op reactie: Tgooh zeg, wat jammer nou dat het feestje nét op die dagen door zal gaan. Maar toch,
LAAT HET JULLIE SMAKEN hé ... :-)))) !

Tot later ... :-)))) !

Gepost door: klaverke | 28-03-09

Ja, dat zijn dingen waar wij niet altijd bij stilstaan maar die wel voor heel veel ongenoegen kunnen zorgen.
Inderdaad een sukkel die de politie belde...waarom niet meteen de brandweer???
Gelukkig zijn er toch nog mensen die een handje toesteken en altijd iemand willen helpen. Valide of niet!
Hopelijk ben je dat erna niet teveel meer tegengekomen Rudi? Want het zijn toch ettelijke kilometers die je doet!
Groetjes

Gepost door: Veerle | 29-03-09

De commentaren zijn gesloten.