29-03-09

Belevenissen in het UZ, het vierde deel

 

Het zijn heus niet allemaal leuke belevenissen geweest in het UZ. Er zijn ook enorm veel aanvaringen geweest met het personeel waarover ik kan en wil vertellen. En feiten en tekortkomingen die ik wil aankaarten. Maar ik ben er nog niet uit op welke manier ik dit kan verhalen zonder al te veel zere teentjes te veroorzaken. Middelerwijl beperkt ik mij tot het vertellen van leuke avonturen en grappige anekdotes.

In het revalidatiecentrum waar ik verbleef was er een mannelijke verpleegkundige die, als men hem verzocht te helpen met plassen of op het toilet plaatsnemen, nogal eens placht te zeggen: "Neen, jij bent gisteren al geholpen, dus nu kan dat niet", "Sorry, maar vandaag is het woensdag en dan doen wij zulks niet." of een ander antwoord in dezelfde trant. De eerste keer dat hij me dat zei was ik in eerste instantie stomverbaasd. Maar dan begreep ik dat het niet gemeend was. Heel leuk. Zulke grappen zijn enorm bevorderlijk voor de sfeer tussen patiënt en verzorgende.

Op zekere dag kwam ik de gang opgereden en merkte dat er een aantal bezoekers aan het verpleeglokaal stonden opgesteld. Eén ervan was in gesprek met de voormeldde verpleegkundige.  Ik reed nader en zei duidelijk hoorbaar voor iedereen in de buurt: "Euh, excuseer mij, ik zou graag op het toilet worden gezet, maar vandaag gaat dat niet zeker?" onderwijl die verzorger een vette knipoog gevend.

Die had onmiddellijk door waar ik naar toe wou en speelde het spelletje grif mee door met een ernstig gezicht te antwoorden: "Ah neen, jij bent gisteren al geweest, dus moet je wachten tot morgen hé. Je kent de regels." Waarop ik repliceerde: "Oké, dan zal ik het maar trachten op te houden,zeker?!" en vervolgens met een somber gelaat van het toneel verdween. De toeschouwers verbouwereerd achterlatend.

Ik veronderstel dat de verpleger die mensen wel zal hebben verteld dat het een grap betrof, want even later hoorde ik achter me gelach weerklinken.

Patiënten konden onder elkaar ook wel eens grappige dingen zeggen. Zo was er op zeker moment, tijdens het wachten vooraleer we de refter binnen mochten voor ons avondmaal, een discussie aan de gang over wie doorgaans het snelste klaar was met het ochtendtoilet.

Een jongen met een bovenbeenamputatie zei: "Ongetwijfeld ik; 's morgens zit den dezen nagenoeg altijd als eerste in de ontbijtzaal!" Waarop een andere, gevat repliceerde: "Ha ja, maar dat is niet moeilijk. Jij bent immers enorm bevoordeeld, want je hebt een been en voet minder te wassen dan de rest van ons!"

Ja, die harde, bitse humor onder patiënten, die door, al dan niet toevallige, aanhoorders niet altijd werd begrepen. Die wisten veelal niet goed hoe hierop te reageren.

Zoals toen, op een middag, ergens halverwege de week, in het winkeltje van kliniekgebouw K1. Samen met twee kompanen, beide in een mechanische rolstoel, was ik dat verkoopplaatsje binnen gereden om ons een hotdog aan te schaffen. Kwestie van eens iets met smaak achter de kiezen te krijgen.

Nadat de winkeljuffrouw had gemeld hoeveel we haar schuldig waren zei mijn makker, met een grijns op zijn gezicht: "Krijgen wij als invalide geen korting?" Toen er vanwege de dame achter de toonbank geen reactie kwam zei ik snel: "Wij waarschijnlijk niet, maar onze maat hier hoogstwaarschijnlijk wel. Dat  is pas echt een invalide, als ze daar geen compassie mee hebben... die jongen is een been kwijt!" En wij drieën lachen! Maar die verkoopsters vonden daar blijkbaar niks grappigs aan want die vervolgden gewoon, onverstoorbaar zakelijk kijkend, hun activiteiten.

Af en toe reden we op initiatief en met het busje van een,  in de schoot van het revalidatiecentrum ontstane vereniging, naar de bioscoop. Een aantal personeelsleden en soms ook stagiairs offerden zich dan vrijwillig en belangeloos op om ons in hun vrije tijd te assisteren. Dat waren telkens leuke uitjes, met na de cinema ook kroegbezoek, waarover ik later ook wel eens wat zal vertellen.

Die avond waren we met een vrij grote groep. Om het voor ons, rolstoelers, zo plezant mogelijk te maken, werden wij uit onze vierwieler gelicht, de trappen op gedragen en tussen de andere filmtheaterbezoekers, naast elkaar, in de zetels geholpen. Zo zaten we deze keer, met ons vijven, mooi samen op een rij. Allen para- en tetraplegiekers, dus verlamd aan minstens de onderste lichaamshelft. De rest van het gezelschap ging naar andere films kijken. Ik zat aan de zijkant, net aan de trap.

Na de film, ik ben vergeten welke, maar het zal allicht een actieprent zijn geweest, floepten de lichten aan en begaven de mensen zich naar de uitgang. Wij moesten, nogal wiedes, blijven zitten, wachten tot de drukte voorbij was en vooral tot onze helpers weer opdaagden om ons terug richting wielstoel te brengen. In onze rij stonden ook enkele jongeren op, die de zaal pas waren ingekomen toen wij reeds lang op onze plaats zaten. En nu geduldig wachtten tot wij hun voorbeeld zouden volgen en ons naar de exit zouden reppen. Ik riep luidkeels: "Allé mannen, doe niet zo flauw en stel jullie recht zodat die mensen kunnen passeren!" Waarop die personen de rest van ons gezelschap vragend aankeken. Die gasten lachten wat, want die konden uiteraard niet opstaan, en zetten, net zoals ik, met hun handen, zo goed en zo kwaad als het kon, hun benen wat dichter tegen de zetel, waarna die jongelui zich een weg wurmden, richting gangpad.

Als afsluiter iets van horen zeggen. Twee patiënten, paraplegiekers, zaten na de film te wachten tot men hen kwam helpen. Hun invalidenwagentjes stonden ergens in de 'ingang' van het zaaltje. De rest van het publiek had reeds enige tijd de bioscoopzaal verlaten. Plots kwam via de 'uitgang'  een jonge bioscoophostess het lokaal in. Ze schrok even toen ze hen zag zitten, maar stapte vervolgens kordaat op het tweetal af en verzocht hen vriendelijk, doch met vaste stem, de zaal te verlaten. Die jongens zegden, naar waarheid, dat ze graag zouden tegemoetkomen aan de vraag van dat kind, maar dat spijtig genoeg niet konden doen en waarom dan wel. Waarop dat meisje antwoordde: "Dit is wel het flauwste excuus dat ik ooit heb gehoord. Jullie proberen vast gewoon te blijven zitten om nog eens gratis een tweede film te kunnen bezien!"

Oh, als ultieme laatste bioscoopverhaal, nog eentje dat ik ook via keelklanken uit de mond van een ander heb gehoord. Iedereen zat reeds neer in de zaal. En men begon net de lichten te dimmen, toen er zich nog iemand, met de hulp van een andere manspersoon, en op één been huppelend, met een zak popcorn tussen zijn tanden, de trappen op haastte, richting zijn makkers. Waarvan er één, erg luid riep, zodat iedereen in de zaal het hoorde: "Hé Benny, halt! stop! je bent een been vergeten!"

Ru(sh)di(e), 27 mei 2002 (revisie op 23 maart 2009)

Commentaren

heb die humor in de kliniek ook al dikwijls meegemaakt en de patienten zijn meestal de enigeste die ermee kunnen lachen (en misschien ook durven)

Groetjes Etje

Gepost door: Etje | 29-03-09

goeie morgen Rudi maakt het toch een beetje beter om te aanvaarden denk ik als er al eens een grapje kan over gemaakt worden
ook al blijft het erg natuurlijk als je minder mobiel bent dan de anderen
en ja kan dat begrijpen dat 'gewone' mensen wel eens schrikken als ze zoiets horen en niet goed weten hoe daar op te reageren

fijne zondag Rudi
groetjes

Gepost door: Borriquito | 29-03-09

Rudi Dat is altijd goed dat een mens nogeens kan lachen hé met zijn misere , hier is over een aantal jaren een jongen door een ongeval zijn twee benen verloren , ik denk dat hij nu rond te 30moet zijn. Vroeger kwam die jongen hier wekelijks over de vloer, nu niet meer .
Groetjes

Gepost door: Jeske | 29-03-09

Alles sjans dat we nog eens met onze eigen miserie kunnen lachen hé. Alhoewel ik al héél vaak ondervond dat de meeste "buitenstaanders" zelfs familie er alles behalve mee kan lachen.

Gepost door: Chris, Laika en Chesko | 29-03-09

Goeie middag Rudi Humor, sarcasme, zelfrelativering...hoe je het ook noemt...het is misschien wel een must! Lachen of huilen verandert niets aan de zaak, hoe jammer het ook is.
Maar die verpleger was wel goud waard! Zo'n mensen zouden er meer moeten zijn!
Ik heb je vorige schrijfsels ook gelezen en een reactie neergezet!

Rudi, ik wens je nog een hele fijne ZONdag toe!

Gepost door: Veerle | 29-03-09

De commentaren zijn gesloten.