02-04-09

Rudi’s ontboezemingen - Mirakel

 

Wat zou ik graag nog steeds, of opnieuw, een gezond, normaal functionerend lichaam hebben. Gedaan met het ellendige, passieve bestaan vol kommer, kwel, pijn en verveling. In plaats daarvan een leven als actieve valide mens, met ongetwijfeld nog steeds de problemen van alledag, maar wel in de mogelijkheid daar zelf iets aan te doen. Om dat te bekomen heb ik echter op zijn minst een mirakel nodig. Of 'gewoon'weg een nieuw leven. Beide werden me trouwens reeds aangeboden.

Een familielid langs de zijde van mijn echtgenote, is pastor bij een protestantse kerk. De man is er heilig van overtuigd dat je door veel te bidden alles kan gedaan krijgen en alle problemen kan oplossen. Waarom er dan nog zoveel honger in de wereld is, vraag ik me af. Er moet toch een massa gelovigen zijn die dagelijks bidden en de Heer smeken om dat voedselprobleem te verhelpen? Maar ja, die uitgemergelde kindjes in de derdewereldlanden, met hun hongerbuikjes, zijn allicht zelf niet godsvruchtig genoeg om dat wonder te laten geschieden.

Enfin, bij afloop van zijn sporadische bezoekjes aan me, in het ziekenhuis en naderhand thuis, wou hij steeds samen met me bidden. Aan het einde van dat gebed dankte hij de Heer steevast bij voorbaat om mij voor het eind van de week weer op de been te krijgen. Toen dat, uiteraard, zo durf ik te typen, keer op keer zonder resultaat bleef, weet hij dat aan het feit dat ik zelf niet genoeg geloofde in de mogelijkheid van een wonderbaarlijke genezing. Dat ik verkoos de realiteit van mijn niet meer verbeterbare conditie onder ogen te zien in plaats van te rekenen op een mirakel en ik mezelf door die houding wou behoeden voor een wegzinken in neerslachtigheid als dat wonder zou uitblijven, dat wou blijkbaar niet echt doordringen tot in de grijze hersencellen van de, overigens goede, man.

Op een zekere winterse zaterdag stond hij, onaangekondigd, voor de deur van mijn woning. Mijn kinderen waren bij hun doopmeter en mijn vrouw was ook weg, boodschappen doen. Met veel moeite slaagde ik erin de voordeur te openen om hem binnen te laten. Hij bleek vergezeld te zijn van twee andere mannen, die, naar hij me meedeelde, ook pastors bij zijn geloofsgemeenschap bleken te zijn. Ik liet hen allen binnen. Drie imposante figuren, met scherpe gelaatstrekken, in grijze kledij en met dikke lange jassen aan.

Ik bood hen aan plaats te nemen in onze sofa, waar ze op ingingen, en we startten een nagenoeg inhoudsloze conversatie. In het Engels, want die twee onbekende gasten spraken waarschijnlijk geen Nederlands. Korte tijd na hun binnenkomst wilden ze samen met me bidden. Ik had daar geen bezwaar tegen. Ze stonden alle drie recht en kwamen voor me staan. Ze begonnen met een gezamenlijk gebed en hielden toen om beurten met erg veel overtuiging en bezieling een preek, waarbij de anderen zo nu en dan een instemmend "Halleluja!", "Praise the Lord!" of "Amen!" lieten horen.

Ineens weerklonk het geluid van de deurbel. De heren waren klaarblijkelijk zo zeer in hun predicatie opgegaan, dat ze niet reageerden. En zelfs niet eens opkeken!  Zodat ik er hen zelf maar op attendeerde en hen verzocht de deur te openen voor degene(n) die aanbelde(n). Het bleken twee buurmeisjes te zijn. Ik bood hen aan binnen  te komen, wat ze deden, en vertelde hen wat er aan de gang was en dat ze even geduld zouden moeten hebben vooraleer ik met hen kon praten. Maar dat hadden ze.

Eén van die pastors nodigde de meisjes uit om tussen hen in plaats te komen nemen en mee te bidden. De zussen bedankten echter voor de eer en keken vanuit een hoek van de woonkamer toe op het schouwspel dat toen volgde. Het trio kwam weer rond me staan en hernam het bidden. Toen kwam wat wellicht de apotheose van hun seance had moeten worden. Terwijl twee van hen één of andere psalm neurieden, kwam de derde voor me staan, nam mijn beide handen vast en - met een in volume toenemende stem smeekte hij tot God, de almachtige, me toen en daar, terstond weer te laten opstaan! Inmiddels vastberaden aan mijn armen trekkend. Maar het wonder bleef, spijtig genoeg, uit.

Ze zijn zo nog een tijdje blijven doorgegaan, tot ik er zelf een einde aan maakte, want mijn lichaam begon onderhand pijn te doen en ik was bovendien bang dat ze me, in al hun enthousiasme, uit mijn stoel zouden sleuren, met alle mogelijke kwalijke gevolgen van dien.

Sinds dat bezoek, inmiddels reeds méér dan een jaar geleden, heb ik de man niet meer gezien. Maar hij belt me nog wel geregeld! Klaarblijkelijk is hij uiteindelijk toch tot de conclusie gekomen dat ik, ook voor hem en zijn religie, een hopeloos geval ben. Waarschijnlijk heeft hij, met uitsluitend goede bedoelingen, zijn actieterrein verlegd naar iemand bij wie hij hopelijk, voor hem, maar veel meer nog voor die persoon in kwestie, meer kans heeft op slagen.

Toen ik nog maar pas thuis was, na anderhalf jaar onafgebroken afwezigheid wegens mijn noodgedwongen verblijf in het ziekenhuis, en ik één van de eerste keren mijn kinderen van school had afgehaald, stopte er, op het moment dat we bijna thuis waren, plots een auto achter ons en hoorde ik een stem mijn voornaam uitspreken. Dus hield ik halt en wachtte af, want mijn hoofd omdraaien kan ik niet. De kinderen zeiden dat er een man uit het voertuig was gestapt en dat deze persoon nu op ons kwam toe gestapt.

Het bleek een man te zijn die jarenlang een trouwe klant was geweest van mijn computerzaak. Een sympathieke kerel, met een (tegen mij toch steeds) vriendelijke vrouw en toffe kinderen, zo herinnerde ik me. Ik vroeg dus geïnteresseerd hoe zij het maakten, waarop ik te horen kreeg waar zijn gezinsleden mee bezig waren. Hij vroeg hoe het nu met me ging en ik gaf hem een eerlijk antwoord. Een droef gezicht trekkend zei hij me het erg te vinden dat ik me in een dergelijke situatie bevind. "Maar weet je wat?" zei hij vragend, en nu met een stralend gezicht, "Ik heb goed nieuws voor je. Heel spoedig komt de Heer terug op aarde en verandert het hier opnieuw in een paradijs. Een wereld waarin iedereen gelukkig is en niemand gebreken heeft en waarin ook JIJ opnieuw zal kunnen stappen, lopen en springen zoals iedereen!"

Ja, zo herinnerde ik me ook alweer, deze kerel is een Jehova's getuige. Hij sprak verder: "Echter, enkel wie Zijn komst voorbereidt, zal tot de uitverkorenen behoren die deze nieuwe wereld zullen bevolken." Ik dacht: "sorry, maar daar pas ik voor. Een God die slechts goed wil zijn en doen voor een elite, dat kan nooit de mijne zijn. Die zal nooit door mij worden aanbeden. Als mijn handicap kan worden ongedaan gemaakt, en ik zo een nieuw leven krijg, dan heeft naar mijn mening ook elke andere persoon daar recht op, of die nu al dan niet tot een bepaalde geloofsgroep behoort." Ik zei echter niks. Maar was teleurgesteld. Nu sprak er me eindelijk eens iemand aan, maar was het verdorie voornamelijk om te polsen naar mijn interesse in toetreding tot zijn geloofsclub.

Het stil blijven staan begon mijn kleuters danig te vervelen en toen ze me vroegen of ze die tien overblijvende meters naar huis mochten hollen, gaf ik hen terstond mijn toestemming. Want daar blijven staan op het fietspad, langsheen een drukke verkeersweg, was ook niet zonder gevaar. Ik zei die getuige dat ik mijn rakkers wou volgen, waarop hij me verzocht nog even te wachten, want hij wou me iets geven. Ik ging akkoord, waarna hij naar zijn auto holde. Even later werden me twee luxueuze boekjes overhandigd. Hij moedigde me aan om deze te lezen en zou me dan eerdaags contacteren. Ik heb echter naderhand niks meer van de man gehoord.

Ru(sh)di(e), 25 januari 2003 (revisie op 28 maart 2009)

Commentaren

Mirakels en wonderen... ...ik wou echt dat ze bestonden Rudi. Voor jou, maar ook voor nog zoveel anderen, hier en op andere plaatsen in de wereld!
En dit heeft niets met geloof te maken hoor! Volgens mij toch niet, maar wie ben ik???
Ik vraag me af of die pasters en getuigen zo gebrainwashd zijn dat ze er zelf toch in geloven.
De wereld dat opnieuw een paradijs gaat worden. Ik heb er hele grote bedenkingen bij.

Toen ik op kot zat had ik een bokaal met twee goudvissen. Ik had de nacht gehad en was aan het slapen, toen de bel ging. Naast mijn bed stond een kastje met mijn bokaal met visjes op.
Ik was zo van de bel geschrokken, stapte slaapdronken uit mijn bed en viel op het bokaal...gevolg: mijn achterste vol glasscherven, tapijt doornat en mijn twee visjes dood. Aan de deur stonden er 2 getuigen van Jehova. Ik heb ze binnengelaten en gevraagd of zij mij konden helpen, maar ik heb ze nog nooit zo vlug weten vertrekken en ze hebben geen literatuur achter gelaten hoor!
Fijne nacht Rudi en voor morgen een ZONnige DONDERdag gewenst! ;-))

Gepost door: Veerle | 02-04-09

Met mensen die last hebben van godsdienstwaanzin valt niet te praten, en ik kan het weten!
Maar misschien is er toch nog hoop dat het geloof voor een mirakel kan zorgen hoor Rudy. Ik ben bijna zeker, als je met mij naar Lourdes zou gaan om daar te bidden, en dan met mij in het heilige water te gaan, dat we uit dat water zouden komen en dat er nieuwe banden op je rolstoel zouden liggen.

Gepost door: Moeder Overste | 02-04-09

De commentaren zijn gesloten.