09-04-09

Belevenissen in het UZ, het zevende deel

 

Gaston. Een heel goedhartig en genereus mens. Stond steeds klaar om eenieder te helpen. Maar was spijtig genoeg enorm, en zodoende irritant, opdringerig en betweterig en daardoor bij veel patiënten en personeelsleden ongeliefd. Maar ikzelf kon best met hem opschieten.

Hij vergezelde me 's avonds nogal dikwijls naar het restaurant op de hoogste verdieping van het hoofdgebouw. Zo ook die dag. Gaston hield enorm van koude schotels met préparé. Toen we in het zelfbedieningsrestaurant aankwamen ging hij dan ook onmiddellijk kijken of er nog een bord met zijn favoriete kost te vinden was.

En ja hoor, nog ééntje! Gaston graaide het snel uit de toonkast, net op een moment dat een andere patiënte die ook in 'ons' kliniekgebouw verbleef, vergezeld van haar echtgenoot, de ruimte kwam ingereden. "Hahaha" lachte Gaston. "Lekker te laat! Ik heb de laatste met smakelijke préparé te pakken!" onderwijl zwaaiend met dat bord waarop, onder een transparante vershoudfolie, iets lag dat er niet echt vers meer uit zag.

Die dame en haar man maalden er niet om en keken, net zoals ik, de toonkasten in om hun avondmaal te selecteren. Maar de keuze was die avond uiterst beperkt. Terwijl Gaston nog steeds grinnikte en wij somber naar het aanbod koude schotels staarden, kwam de serveuse van achter haar kassa vandaan en rolde ze even later een rekje naar ons toe, gevuld met versgemaakte schotels... préparé!

En terwijl Gaston enkele minuten later, voor een eerste hapje, zijn vork plaatste in zijn verkleurde preparé, met een garnituur van enigszins verschraalde groenten, keken wij grinnikend toe boven onze lekkere, uiterst verse schotel.

Toen er met de vereniging van plegici, waarover ik ongetwijfeld reeds eerder melding maakte, een bioscoopavondje werd gepland, troonde ik mijn medepatiënten mee richting computerhoek in de gemeenschappelijke ruimte, om op de website van het bioscoopcomplex waar we heen hingen, te bezien welke films er die week speelden.

Er draaide die week een actieprent die net de week ervoor in première was gegaan en, zeker na het bekijken van de trailer, velen van ons wel aansprak. Ook Gaston zag het wel zitten om samen met ons die film te zien.

Niemand van ons groepje werd echter aangetrokken door de idee om met een voortdurend zeurende en stomme opmerkingen makende Gaston in één zaal naar een film te gaan kijken. Er werd dus bekonkeld Gaston te laten geloven dat we allen die actiefilm hadden uitgekozen, terwijl we dan uiteindelijk naar iets anders zouden gaan kijken.

De avond van het cinemabezoek waren we tijdig ter plaatse en, omdat we er niet echt waren uitgekomen welke prent we nu wilden zien, bekeken we nog eens het aanbod in de etalages aan de ingang van het bioscoopcomplex. Echter niet Gaston. Die bleef bij zijn eerder gemaakte keuze. Bleek weliswaar dat ze die film, op de dag en het uur dat wij aanwezig waren, niet draaiden!

Gaston vloekte eens en besliste dan maar om niet naar de film te gaan. We voelden ons allen enorm schuldig en trachtten hem te overtuigen een andere film te kiezen. Maar neen, Gaston zei uitsluitend naar de bioscoop te zijn meegegaan om die specifieke film te zien. Het was die of niks. Het werd dus niks! Dat wij maar naar de zaal gingen. Hij zou middelerwijl wel iets gaan drinken. En zo geschiedde.

Op het einde van mijn verblijfsperiode in het R.C. gingen we een keer op een zaterdag, met alweer dezelfde vereniging, gaan strandzeilen aan de Vlaamse Noordzeekust. Ik ging, op vraag van twee dames, dus onmogelijk te weigeren, mee als gezelschapsheer. Zeilen zou voor mij immers niet mogelijk zijn wegens té gehandicapt. Gaston wou wel zeilen, maar iemand gaf hem een later vertrekuur op, zodat hij de bus zou missen. En, inderdaad, op het voorziene tijdstip van vertrek was Gaston in géén velden of wegen te bespeuren. En zéker niet aan de opstapplaats. Dus vertrokken we zonder hem.

Achteraf bekeken lijkt dit schandalig, maar ik heb een verschoningsgrond. We hadden eindelijk eens de kans om uit de sleur van alledag te komen, en dan dreigde dat uitje te worden verstoord door iemand die gegarandeerd een ganse dag ononderbroken, monotoon betweterig gelul op ons zou afvuren. We werden dus eigenlijk gewoonweg gedwongen tot het nemen van dergelijke drastische maatregel.

Toch voelden we ons enigszins onbehaaglijk. Dus belde één van ons vanuit het busje, naar het centrum, om te horen waar Gaston uitging. Die bleek echter inmiddels reeds in de richting van het café tegenover de ingang van het kliniekcomplex te zijn getrokken. Héél zeker niet om zich te bezatten, want Gaston dronk niks waar alcohol in zat. Waarschijnlijk op zoek naar een gesprekpartner dus.

Bij gebrek aan zelfs een klein zuchtje wind, werd het strandzeilen uiteindelijk een strandwandeling, met daarna een etentje in een restaurant op de zeedijk. Ook best gezellig, en eigenlijk leuker voor mij. Want zo was ik de ganse dag bij de hele bende, terwijl ik anders van op afstand naar de capriolen van de anderen had moeten kijken.

Naderhand lachte Gaston ons uit omdat we zo ver waren gereden om uiteindelijk slechts een wandelingetje te maken. Hij hield zich stoer en vermeed gezichtsverlies door te vertellen dat hij had aangevoeld dat er géén wind zou zijn en bijgevolg zelf had beslist niet mee te rijden. En wij vonden het best zo.

Ru(sh)di(e), 9 februari 2003 (revisie op 5 april 2009)

Commentaren

Zo te lezen waren jullie toch echt wel serieuze krakken hé ! Alhoewel ik het wel héél goed kan snappen zene, ik kan ook niet goed tegen mensen die een ganse dag alles beter weten en de arme zij uithangen.

Gepost door: Chris, Laika en Chesko | 09-04-09

De commentaren zijn gesloten.