12-04-09

De avonuren van Rudi & Co, gedaan met de pret!

 

Hoe snel ik me, gezeten in mijn elektrisch aangedreven wielending, ook voortbeweeg, het mij immer achtervolgende noodlot haalt me steeds in, en slaat keer op keer toe.

Maandag. Het beloofde een stralende dag te worden. 's Ochtends had ik de kinderen naar school gebracht, waarna ik via een korte omweg huiswaarts was gekeerd. Ik wou immers nog iets langer in de buitenlucht vertoeven, maar moest toch tijdig thuis zijn om de afspraak met mijn kinesist niet te mislopen(!).

Na mobilisatie van mijn ledematen door de therapeut, at ik als ontbijt een toastje, dat ik doorspoelde met een tas thee. Die toast 's ochtends vind ik lekker, maar die warme thee drink ik zonder smaak en uitsluitend als opwarmer voor mijn binnenste. Vervolgens hield ik me op mijn computer bezig met het lezen van ontvangen elektronische post en het bijwerken en aanvullen van enkele reeds eerder getypte schrijfsels.

Toen het een uur of elf was, liet ik me opnieuw mijn sjaal omdoen en mijn jas en wanten aantrekken, om genietend van de voormiddagzon, een ritje te maken in de buurt van mijn woning. Op mijn terugweg naar huis moest ik op een gegeven moment over een betonnen weg rijden. En, aangezien daar geen fietspad aanwezig is, op straat!  Op een gegeven moment doemde ineens een vrachtwagen op, die rakelings naast me kwam rijden... zo dichtbij!

Onmiddellijk realiseerde ik me in wat voor een benarde positie ik mij bevond. Ik kon echter geen kant meer uit. Want had ik naar rechts gestuurd, dan was het achterstel, van mijn vehikel, als gevolg van de voorwielaandrijving van de machine, eerst naar links gezwenkt en werd ik sowieso aangereden. Het beste leek me dus te stoppen en mijn linkerhand naar mijn lichaam te brengen, zodat die niet geraakt kon worden in geval van een aanrijding, waarvan ik hoopte dat die er niet zou komen. IJdele hoop zo bleek. Minder dan een tel later hoorde ik gekraak en voelde ik meteen een schok. Het volgende ogenblik vloog ik uit mijn rolstoel en belandde op straat.

Vrij snel kwamen er mensen aangelopen. Ik zei hen dat alles oké met me was. Ik hoorde achter me iemand zeggen: "Sorry hoor, ik had je niet gezien." maar reageerde daar niet op. Enkele mannen wilden me terug in mijn rolstoel plaatsen, maar ik weerhield hen daarvan want ik had, van op de plek waar ik lag, reeds lang gezien dat die stoel door de klap onbruikbaar was geworden. In plaats daarvan liet ik me aan mijn hoofd, schouders en romp ondersteunen.

De omstanders waren bezorgd over mijn lichamelijke conditie, terwijl ik vooral inzat met de staat van mijn rolstoel en hen duidelijk maakte dat het feit dat deze om zeep was een ramp voor me betekende. "Maak je daar maar geen zorgen over", zei er één. "De verzekering van de man die je heeft aangereden zal de reparatie vergoeden!" Een andere man zei, met een opgewekte stem, en onmiskenbaar ook met de bedoeling me gerust te stellen: "Ze zullen je zelfs een nieuwe leveren!" Aardig geprobeerd, maar ik ben te nuchter en heb al te veel meegemaakt om in dat sprookje te durven geloven.

Onze wijkpostbode kwam ook aangesneld en bood aan mijn echtgenote te gaan verwittigen. Maar ik prefereerde haar zelf op te bellen middels mijn GSM. De man hielp me daarbij. Even later was ze daar, te voet, want de plaats van het ongeval was dichtbij ons huis. Ik zei "Sorry, schat.", want ik zat er enorm mee in dat ze alweer geconfronteerd werd met een extra brok ellende. Terwijl ze de laatste jaren al zo veel miserie had moeten doorstaan. Ik dacht aan allerlei praktische dingen. Ik wou de leverancier van mijn rolstoel bellen en mijn verzekeringsagent. Die laatste kwam echter al aangelopen. Was waarschijnlijk toevallig in de buurt.

Op dat ogenblik verschenen ook een ambulance en de politie. De ambulanciers wilden me meenemen, maar ik vroeg me luidop af of dat wel nodig was aangezien ik dacht niks te mankeren. En als ik toch meeging, hoe zou ik dan daarna thuis geraken? Met bemiddeling van mijn verzekeringsagent werd afgesproken dat ik na controle in het ziekenhuis, met een ziekenwagen terug naar huis zou worden gebracht. Dus werd ik op een draagberrie gelegd en was ik even later in de ziekenwagen op weg naar het stedelijk hospitaal. Ik vroeg aan de dame die naast me zat of de ambulance waarin ik vervoerd werd een gele was, want ik had zulk een type 's ochtends zien rijden. Ze zei me dat ze inderdaad reeds naar een deelgemeente van de stad waren gereden en dat ook haar collega, de bestuurder, mij toen had opgemerkt.

Eens aangekomen in de kliniek werd ik middels een rollerboard naar een hospitaalbed getransfereerd. Eén van de verpleegsters vroeg me door welke dokter ik wenste onderzocht te worden. Aangezien ik geen voorkeur had, gewoonweg omdat ik in mijn woonplaats niet echt veel dokters ken, werd me gezegd dat de dokter van wacht zou worden opgebeld. De verpleegkundige verdween.

Door de openstaande deur ving ik flarden op van een gesprek dat ontegensprekelijk over mij handelde. Even later kwam een andere verpleegster me zeggen dat een andere arts dan die van wacht, me zou komen onderzoeken. Ik heb het haar niet gevraagd, maar waarschijnlijk had de dokter van wacht geen zin om op te dagen, omdat ik waarschijnlijk toch niks mankeerde. De twee vriendelijke agenten die ik ook al op de plaats van het ongeval had gezien, kwamen kijken hoe het met me ging. Ze stelden enkele vragen omtrent de omstandigheden van het accident en zeiden dat ze later nog wel eens bij me thuis zouden langskomen. Drie kwartier na aankomst in het ziekenhuis werd ik heel summier onderzocht door een arts die me reeds na enkele minuten alweer alleen liet.

Zo, ik kon naar huis. Inmiddels was ook mijn echtgenote in het hospitaal gearriveerd. De dokter had me nog maar net een handgeschreven briefje voor mijn huisarts gebracht of daar waren ook de ambulanciers reeds om me huiswaarts te brengen. Aangezien ze daar blijkbaar uit zichzelf geen oog voor had, verzocht ik de verpleegster echter eerst een plakker op mijn elleboog te kleven, want ik had daar volgens de dokter een bloedende schaafwond en ook mijn kleding diende nog gefatsoeneerd te worden want eerst de verpleegster en toen ook de dokter hadden mijn broek naar beneden getrokken om mijn rechterknie, waar ik dacht iets te voelen, te onderzoeken op uiterlijke tekenen van een kneuzing of andere verwonding.

Toen deze beide taken waren volbracht, werd ik van het bed op een brancard gerold en naar de garage van de dienst 100 overgebracht. Ik werd in een kleine ziekenwagen geholpen, die geparkeerd stond naast de moderne grote gele waarmee ik was binnen gebracht. Terwijl haar mannelijke collega achter het stuur plaatsnam zei ik tegen de dame die bij me in de wagen kroop: "Eigenlijk ben ik hier vandaag om het wagenpark van de dienst 100 van deze stad uit te testen." Waarop die vrouw zei: "Oh, maar wij hebben ook nog een derde ambulance!" Mijn repliek hierop: "Dan zal ik dus nog iets moeten verzinnen om vandaag ook met die ambulance vervoerd te worden!" ging verloren in het lawaai van de startende motor en de neerklappende achterdeur van de ziekenwagen. Alsook door het gekraak van de garagepoort van de dienst 100, die werd geopend.

Een minuut of vijf later reden we de voor mijn woning gelegen parking op. Daar stond, onder een transparant plastic dekzeil, mijn grijze rolstoel. In het ziekenhuis had mijn vrouw me reeds verteld dat een zeer hulpvaardige heer, trouwens de man die me ook al samen met de postbode had ondersteund, thuis zijn aanhangwagen was gaan halen om mijn rijtuig naar ons huis te brengen.

Inmiddels zijn we enkele dagen verder. Na het monteren van de, wel gebarsten, maar toch nog tijdelijk bruikbare, op maat gemaakte rugleuning die ik liet recupereren van mijn aangereden vehikel, en heel wat passen en uitproberen, zit ik sinds dinsdagnamiddag alweer in een stoel. Een prehistorisch type, dat me beschikbaar werd gesteld door mijn rolstoelleverancier. Een rolstoel waarin ik niet comfortabel zit, die geen verstelbare beensteunen en rugleuning heeft, me niet toelaat grote afstanden af te leggen en waarmee ik buitenshuis zelfs sowieso niet in mijn eentje op stap kan. Het ding is eigenlijk net goed genoeg om me wat te verplaatsen in huis en in de tuin.

Aan mijn verzekeringsagent had ik gezegd dat de mentale pijn omwille van het gemis van mijn rolstoel, mijn 'vrijheid', ontzettend groot is. Nu meldde hij me contact op te hebben genomen met de dienst slachtofferhulp van de maatschappij, die beloofd had om een psycholoog op me af te sturen. Hij zei te hopen dat ik het niet erg vond dat hij uit zichzelf dit initiatief had genomen. Ik zei "Neen, hoor."

Want die brave man bedoelt het uiteraard goed en tracht me te helpen binnen zijn mogelijkheden. Maar praten met een psycholoog gaat uiteraard mijn probleem niet oplossen, dus ook mijn psychisch lijden niet verzachten. Tenzij die dame of heer me een nieuwe, comfortabele stoel meebrengt uiteraard, maar daar vrees ik voor.

En nu diezelfde agent me ook meldde dat de tegenpartij de verantwoordelijkheid betwist en in ieder geval het Proces-verbaal van het ongeval zal afwachten, wat makkelijk vier maand tot anderhalf jaar kan duren, zit ik pas echt goed in de miserie. En ik die durfde te hopen dat het niet meer erger zou worden dan het al was. Helaas!

Het zal mijn lotsbestemming wel zijn, zeker? Meteen allicht ook het einde van mijn avonturen, want in mijn living en achtertuin gebeuren immers slechts bij hoge uitzondering dingen die de moeite waard zijn om neer te typen. Tenzij Irak terugslaat met het afschieten van lange afstandsraketten op Europa, waarvan er dan ene, door bijvoorbeeld een atmosferische storing, van zijn voorgeprogrammeerde koers afwijkt en in mijn achtertuin terecht komt en gelukkigerwijs door één of ander technisch mankement niet tot ontploffing komt. Maar dat ga ik dan wel niet hier vertellen. Neen, dan verkoop ik mijn verhaal aan de krant die of het tijdschrift dat met de meeste Euro's of Dollars over de brug komt.

Ru(sh)di(e), 22 maart 2003 (revisie op 5 april 2009)

Commentaren

dag rudi wens jullie een heel fijn Paasfeest maar ook veel moed,hopelijk gaat het een beetje,vele groetjes en steunknufjesxxx

Gepost door: Regenboogje | 12-04-09

Pfffff wat een verhaal, ik snap langs geen kanten dat de verzekering je niet vergoed zou hebben. Dus we zijn hier super nieuwschierig naar het vervolg.

Gepost door: Chris, Laika en Chesko | 12-04-09

Kom dat nu nog tegen, het is te hopen dat je rolstoel rap hersteld is
of dat je een gelijkwaardige nieuwe krijgt!
Al bij al maak er nog een mooie tweede paasdag van!
Gr.
P-TER

Gepost door: P-TER | 12-04-09

De commentaren zijn gesloten.