16-04-09

De avonturen van Rudi & Co - Nog steeds niet ten einde

 

Een week of twee geleden was het ontzettend warm weer. Zeker voor de tijd van het jaar. Bijna zomers, terwijl de lente nog maar net een aanvang had genomen. Ik had een, vorig jaar voor een prikje in de kringloopwinkel aangekocht, bed laten buiten zetten. Mijn vrouw was zo lief geweest me van mijn stoel naar dat bed te transfereren, mijn schoenen en sokken uit te trekken, en ook mijn pantalon. Genietend van de spierontspannende warme zonnestralen die mijn huid beroerden, lag ik daar, in mijn onderbroek. En dat knoopje van mijn spriet was er af, dus ze stond wat open. Maar ik zat daar niet mee in, want ik dacht immers: "hier komt toch geen kat." Vijf minuten later stonden daar echter een politieagent en een -agente aan mijn voeteinde. Die kwamen mijn verklaring opnemen met betrekking tot de aanrijding door een vrachtwagen van een week tevoren.

Gisteren, vrijdag, was het een heel stuk minder warm. Bovendien waaide er een bitse wind. Gelukkig bleef het droog. In de ochtend had ik mijn kinderen naar school gebracht en in de namiddag ging ik ze ook weer halen, na eerst naar het centrum van mijn woonplaats te zijn gereden om wat boodschappen te doen. Ik ben immers weer een stuk mobieler geworden. Mijn rolstoelleverancier heeft me een wielending ter beschikking gesteld van een nagenoeg identiek type als mijn eigen rolkar. Evenwel niet aangepast aan de noden die mijn handicap met zich meebrengt uiteraard. Dus het zitcomfort is alles behalve goed, maar ik kan me momenteel toch weer een stukje zelfstandiger voortbewegen.

Eigenlijk vind ik het toch wel erg dat ik in deze situatie totaal ben overgeleverd aan de goede wil van mijn rolstoelleverancier. Uiteraard zullen die mensen iets verdienen aan de herstelling van mijn rolstoel, maar ze hadden me net zo goed in de kou kunnen laten staan, want hun zaak zal allicht ook wel draaien zonder mij als klant. Ik zal me dus maar gelukkig prijzen dat de hersteller, nota bene toch ook een commerciële handelszaak, als enige betrokken partij toch enige menselijkheid toont. Bij de verzekeringsmaatschappijen en bij het gerecht wordt de humane factor klaarblijkelijk sowieso volledig uitgeschakeld. Oh, mijn makelaar doet zijn uiterste best voor een snelle voortgang, maar die man kan duidelijk ook niks forceren in dat onwelwillend, bureaucratisch systeem.

Goed nieuws! Voor mij althans in elk geval. Vrijdagochtend belde ik het plaatselijke OCMW naar aanleiding van de tijding die me bereikt had dat zij sinds kort zouden beschikken over een vervoermiddel voor rolstoelers. Nauwelijks een half uur later kwam hun busje reeds de voor onze woning gelegen parking opgereden. Een prachtig vehikel: ruim, met een goede (ik vermoed dubbele) vering, voorzien van een stevige, veilige lift en van een deugdelijk vastkliksysteem. Het voertuig rijdt soepel en de bestuurster is een sympathieke, praatgrage dame. Ik was haar eerste, en voorlopig ook enige klant. Ondanks het feit dat ze reeds her en der folders hadden verspreid om deze nieuwe dienst aan te prijzen, waren er nog geen ritaanvragen binnen gekomen. Het ziet er dus naar uit dat mijn mobiliteitsprobleem deels wordt verminderd. En de chauffeur gaf aan heel flexibel te zijn: avond, weekend, grote afstanden (naar de kust bijvoorbeeld)... alles is mogelijk. Voorlopig althans.

Na de avondmaaltijd werden onze kinderen afgehaald door hun meter, bij wie ze zouden overnachten. En aangezien wij voor die avond plaatsen hadden gereserveerd voor een concert in het Cultureel Centrum, verlieten ook mijn echtgenote en ikzelf even later ons huis. Mijn vrouw per auto, ik - noodgedwongen - rolstoelend. En, net zoals in de voormiddag, met aanhoudend van spasmes trillende benen en voeten. Normaliter heb ik daar niet zoveel last van, maar de vochtige lucht, en vooral de totaal verkeerde zithouding veroorzaakten dat nu. Gelukkig had ik me goed aan mijn stoel laten vastmaken met een nauwsluitende heupgordel0. Anders was ik ongetwijfeld reeds na vijf minuten uit mijn stoel gewipt.

Onderweg werd ik aangesproken door een allochtone jongen. Hij trachtte me een lotje voor één of andere tombola te verkopen, maar ik moest hem spijtig genoeg teleurstellen, want ik had totaal géén geld bij me. Dat vind ik nu zo leuk aan, vooral zeer jonge,  kinderen. Jong, oud, mooi of lelijk: die zien gewoon een mens en die gedragen zich tegenover iemand in een rolstoel ook niet anders dan ten overstaan van een valide persoon. Een oudere autochtone man,  die waarschijnlijk even daarvoor zijn geldbeugel had aangesproken om een lotje van het ventje te kopen, lachte me vanuit zijn deuropening toe en zei: "Ja, hij wil persé verkopen!".

Met onafgebroken op de voetplankjes van mijn rolstoel opwippende voeten, onderbenen en knieën zat ik even later aan de ingang van het Cultureel Centrum, gelegen achter de hoofdkerk van onze woonplaats, te wachten op mijn echtgenote. Vele passanten zullen hierdoor allicht bevestigd hebben gezien dat mensen in een rolstoel zich toch maar raar gedragen. En toen ik even later in de zaal mijn stekje aan de zijkant van de publiekszitjes had ingenomen en de artiest waarvoor we gekomen waren vooraan op het podium stond, zag ik hem tevreden mijn richting uitkijken. Die dacht waarschijnlijk: "Ha, die kerel heeft er wel zin in vanavond. Die zit al te huppelen nog vooraleer ik mijn eerste noot zing."

Zijn begeleidingsgroep heet Bamada, terwijl de man zelf Habib Koité noemt. We hebben trouwens wat gemeen, hij en ik. Niemand leerde Habib ooit gitaar spelen. Mij ook niet. Niemand leerde hem ooit zingen. Mij ook niet. Maar daar stopt de gelijkenis, want hij kan het nu wél. En goed! Ik niet. Ze zijn allen afkomstig uit Mali, een Afrikaans land, dat onze West-Europese ooievaars wel eens als overwinteringoord durven uit te kiezen. En die artiesten brachten wereldmuziek ten gehore. Niet echt mijn ding, maar voor één keer was het best te smaken.

Na enige nummers verlieten enkele toeschouwers, en even later nog een pak meer, hun zitje om voor het podium, hun lichaam te bewegen op de tonen van de muziek. Blijkbaar hoort bij dit muziekgenre tegenwoordig een zeer lachverwekende dansstijl. Mogelijks is dat altijd zo geweest, maar ben ik gewoon reeds te lang uit het festivalcircuit om mij dit te herinneren. Maar die mensen amuseerden zich en bij het aanschouwen van vrolijke mensen wordt mijn stemming doorgaans eveneens goed. Zo ook gisteren. Het kan natuurlijk ook jaloezie geweest zijn waardoor ik hun konkelend bewegen als uiterst komisch ervoer, want ik had best ook graag tussen hen in onnozel staan doen. Maar dat 'staan' 'gaat' (!) spijtig genoeg niet meer.

En ik zou bovendien zeker niet uit de toon zijn gevallen tussen die, nou ja, ik noem het toch maar, dansende meute. Net zoals een hoop van hen, heb ik een beetje, sommigen zeggen héél veel, het uiterlijk van een overjarige hippie. Enkel het ziekenfondsbrilletje ontbreekt. Nochtans heb ik er thuis zo ééntje liggen. Een zonnebril, is het eigenlijk, met van die gekleurde glazen. Een onderdeel van mijn outfit ten tijde van de New Beat. Het ding laat géén zonlicht door. Eigenlijk vrijwel totaal geen licht. En is bijgevolg niet echt aangewezen om op mijn neus te zetten als ik buiten kom.

Het ganse optreden van Habib Koité & Bamada verliep naar mijn zin een beetje te mat en te eentonig, maar er was wel enorm veel ambiance. En aan het eind van het concert kreeg Habin Koité zelfs de ganse zaal in beweging. Het publiek stond recht en bewoog handen, armen, schouders, romp, benen en voeten zoals de artiest op het podium het hen voordeed. En er werden kreten geslaakt, en enorm veel gelachen. Prachtig om te aanschouwen: allemaal vrolijke, wild bewegende mensen. Werkelijk iedereen deed mee. Behalve ik alweer, uiteraard. Want mijn spasmes waren inmiddels gestopt.

Voor volgende week heb ik ook al iets gepland. Dan zullen ze mijn echtgenote en mezelf zien verschijnen op het lentediner van de politieke partij die de stad waarin in woon bestuurt. De eerste minister van dit land wordt er ook verwacht. Concludeer nu niet meteen dat ik kleur beken. Ik ben immers nogal kleurloos wat politiek betreft. Maar dit is mijns inziens een unieke gelegenheid om in contact te komen met de lokale bewindvoerders en zelfs de huidige chef van 't land. Je weet maar nooit waar dat goed voor kan zijn.

Ru(sh)di(e), 5 april 2003 (revisie op 11 april 2009)

Commentaren

goeie morgen Rudi je zal daar maar zo liggen in je onderbroek en de politie komt op bezoek
al een geluk dat ze je dan niet oppakken voor zedenschennis :-)

en ondnks je beperkte bewegingsvrijhaid toch kunnen genieten van het optreden !

fijne donderdag verder
groetjes

Gepost door: Borriquito | 16-04-09

Die agenten zullen wel serieus gekeken hebben denk ik :-))) En tja kinderen zijn zalig hé, zij kijken nog naar de mens als mens. Waren maar meer mensen wat kinds gebleven.

Gepost door: Chris, Laika en Cheko | 16-04-09

De commentaren zijn gesloten.