22-04-09

Rudi's ontboezemingen - Hooghartigheid en arrogantie

 

Voor mijn ene zoontje diende ik een afspraak te regelen met een geneesheer - specialist die me door onze huisarts was aanbevolen. Dus belde ik die dokter op en vroeg hem wanneer ik de jongen met zijn mama kon laten langskomen. Ja, zelf zou ik niet meekunnen, want volgens mijn huisdokter was er aan de ingang naar het kabinet van zijn collega een trapje. Naar ik verstond zei die man dat het de volgende week kon, op woensdag, maar voor vijf uur. "Kan het dan eventueel op een andere dag?" vroeg ik, "Mijn zoontje voetbalt immers en heeft op woensdag training."

Die man vloog terstond tegen me uit. En vroeg me snauwend wat ik het belangrijkste vond: mijn zoon zijn gezondheid of een voetbaltraining? Ik schrok van deze reactie en had in eerste instantie de neiging om de telefoonhoorn op de haak te gooien. Maar ik trachtte mezelf tot kalmte te dwingen, waarin ik slechts gedeeltelijk slaagde. Dus repliceerde ik met enigszins trillende stem: "Mijnheer, daar gaat het toch niet om. Er zijn vijf werkdagen in de week. Het zou dus toch best mogelijk kunnen zijn dat u ook op een andere dag consultaties doet, zodat mijn zoon zijn training niet hoeft te missen."

Hierop begon hij me een beschrijving te geven van zijn weekplanning. Er was iets met een vergadering, operaties, ander werk in het ziekenhuis... Ik luisterde slechts met de helft van een half oor, want ik had eigenlijk totaal geen interesse in deze man zijn agenda. Toen hij klaar was met zijn opsomming, zei ik hem dat mijn zoontje op woensdag en donderdag voetbaltraining volgde, maar dat het uiteraard geen ramp was als hij eens een oefendag mistte. En als die afspraak enkel op woensdag kon, ikzelf daar dus totaal geen probleem mee had.

Ik had de indruk dat de arts inzag dat zijn overhaaste conclusie fout was geweest, want hij lachte en vroeg om welk uur de training was afgelopen. Uiteindelijk bleek dat ik hem bij de aanvang van ons gesprek verkeerd had verstaan en dat die afspraak voor de week daarop NIET voor vijf uur kon. Er werd dus afgesproken dat ze om twintig na zes op consultatie zouden komen.

Toen ik het voorval 's avonds aan mijn thuisverpleegkundige verhaalde, was ze, nadat ik 's mans naam vernoemde, totaal niet verbaast. Zij kende die dokter en wist me te vertellen dat hij ook tegenover verpleegkundigen doorgaans nogal uit de hoogte doet. En ongetwijfeld geen tegenspraak gewoon is. Maar de man had wel de reputatie een goed arts te zijn.

Nu ik het toch over arrogantie heb. Bij aanvang van het voetbalseizoen hadden mijn kinderen, na betaling van hun lidgeld, recht op een spelerspakket. Ze hadden daartoe een boekje met bonnetjes gekregen waarvoor ze bij inlevering in de clubwinkel de erop vermeldde kledij zouden ontvangen.

Toen we naar die winkel gingen kon voor zowat de helft van de bonnetjes geen kledij worden geleverd, wegens niet in voorraad. De daaropvolgende maanden toog ik meermaals met mijn tweeling naar de sportwinkel van de club om de rest van die kledij in ontvangst te nemen. Maar telkens kreeg ik te horen dat de items nog niet geleverd waren. Tot op een gegeven moment, zowat een maand geleden, de winkeldame me simpelweg meedeelde dat die spullen niet meer binnen zouden komen omdat de club haar samenwerking met de leverancier van deze kledij had stopgezet. Ze gaf me de naam en het telefoonnummer van het bestuurslid dat verantwoordelijk was voor deze zaken en raadde me aan die man op te bellen met de vraag hoe hij dit probleem ging oplossen. Te meer daar ik, na zes maand en terwijl het seizoen al volop aan zijn tweede helft bezig was, ook vond dat het onderhand wel welletjes was geworden, nam ik enkele dagen later, met behulp van mijn echtgenote, mijn telefoon ter hand en belde die kerel op.

Toen de telefoon werd opgenomen met een simpel "Hallo" vroeg ik voor de zekerheid of ik de persoon aan de lijn had die ik spreken wou en toen dat inderdaad het geval bleek te zijn zei ik mijn naam en vertelde die man de vader te zijn van twee eerstejaars duiveltjes. Vervolgens vertelde ik hem de reden van mijn oproep.

Oh, maar ze hadden dat net tijdens een bestuursvergadering besproken, zo zei hij met een blasé stem. Ja, allicht, dacht ik. Er zou ter compensatie van de ontbrekende stukken in de uitrusting een paar schoenen worden geleverd. Ik vertelde die man vriendelijk dat mijn jongens op dit ogenblik niet echt behoefte hadden aan een paar nieuwe schoenen. Onmiddellijk beet die klier me toe dat ik dan maar schoenen van een paar maten groter moest nemen en dat ik al blij mocht zijn dat ze bereid waren iets te geven. Ik kon me met dat antwoord uiteraard niet verzoenen.

Die kerel wou van me af en zei me dat hij zou bekijken of er niet ook nog een training kon worden bijgeleverd en dat ik op de eerstvolgende trainingsdag zeker aanwezig moest zijn want dat na afloop ervan deze kwestie zou geregeld worden. Toen wou hij ons gesprek afsluiten maar ik zei nog: "Nu ik u toch aan de lijn heb, wens ik van de gelegenheid gebruik te maken om u te melden dat ik enigszins teleurgesteld ben in uw organisatie." Hola! Dat kwam blijkbaar verkeerd aan, want ik kreeg ogenblikkelijk de wind van voren. En in plaats van te vragen wat er volgens mij dan wel aan schortte, snauwde hij me hooghartig toe dat er zo velen waren die hun jeugdwerking en hun trainers wel goed vonden, maar dat ze uiteraard niet voor iedereen goed konden doen.

Ik zei die kwal, om enkele voorbeelden te geven, dat steeds wisselende trainers en het feit dat de kinderen daarbovenop de helft van de tijd slechts werden bezig gehouden door twee schooljongens - één van een jaar of zestien en zijn broer van amper veertien - die zelf nog moesten leren voetballen, toch bezwaarlijk kon worden aanzien als de professionele begeleiding die je van een eersteklasserclub zou verwachten en die ons trouwens bij de aanvang van het seizoen werd voorgespiegeld. Kinderen in een leeftijd van zes, zeven jaar hebben nood aan regelmaat en leiding door gezag mensen met enige opvoedkundige capaciteiten. De chaos waarin mijn jongens tijdens het anderhalf uur training (?) veelal verzeild raakten, beviel me niet. Als ik niet tevreden was, dan moest ik maar naar een andere club gaan was de repliek van die naarling.

Zo gaat dat dus. Ze beloven je bij aanvang van het seizoen een professionele begeleiding en een uitrusting. Vervolgens incasseren ze het lidgeld, waarna je naar het beloofde kan fluiten. En als je er dan een terechte opmerking over durft te maken vertellen ze je simpelweg dat je kan oprotten. Moest ik durven, ik zou schrijven dat dit mijns inziens gevaarlijk veel weg heeft van oplichterij.

Toen ik die etter dus zei dat zulks dus wel een heel gemakkelijk, doch niet acceptabel antwoord was, vertelde hij nog een hoop onzin totdat hij, in de hoek gedreven door mijn weerwoorden, uiteindelijk toch toegaf dat ze die jonge snaken als trainers lieten opdraven omdat ze niemand anders vonden. Om van me af te zijn zei hij nog: "Je hebt je zegje nu gehad. Ik zal zien wat ik kan doen. Is dat genoeg?" Neen, dat was het niet, maar toch sloot ik af, want met deze kerel viel toch niet te praten.

Aldus neer getypt door een zich snel voortbewegende rebel, die het nodig acht ook ten strijde te trekken tegen elkeen die denkt omwille van zijn titel of positie meer waard te zijn dan een ander.

Ru(sh)di(e), 6 maart 2003 (revisie op 18 april 2009)

Commentaren

goeie middag Rudi waar een misbegrepen zin kan toe lijden :-)
al had die dokter toch een beetje vriendelijker mogen zijn vind ik

geld wel incasseren en hun dan verder aan hun lot overlaten, gebeurd bij meerdere clubs heb ik al gehoord, is zeker niet alleen hier
die zogenaamde 'trainers' (schooljongens) kosten hun veel minder dan een trainer hé daar zal wel de grote oorzaak liggen vermoed ik

fijne dag nog verder Rudi
groetjes

Gepost door: Borriquito | 22-04-09

De commentaren zijn gesloten.