23-04-09

Herinneringen uit mijn verleden – Ongeval

 

Zeventien jaar jong was ik, bijna achttien. En ik reed rond met een brommer. Een zwarte Yamaha RD 50, model baanmotor. Anders dan het typenummer laat vermoeden was de cilinderinhoud 49 cc. Géén 50, want dan zou de machine worden aanzien als een motorfiets, moest je bijgevolg achttien jaar zijn om het te mogen besturen en in het bezit zijn van een rijbewijs. Voor deze brommer niet, dus. Een bromfietsattest volstond. Dat had ik reeds bekomen kort na mijn zestiende verjaardag door in één beurt te slagen voor een schriftelijk examen over de verkeerscode.

Het was zomer. En zaterdagavond. Naar gewoonte reed ik na het avondeten op mijn bromfiets naar mijn stamcafé, twee dorpen verder dan daar waar ik met mijn ouders woonde. In die tijd had ik een uitgebreide groep vrienden en vriendinnen. Slechts enkelen van hen trof ik aan in de kroeg. Enkele leden van onze vriendengroep waren naar verluidt met hun ouders op vakantie, terwijl een ander deel op kamp was met de jeugdbeweging waar ze lid van waren.

De gesprekken verliepen moeizaam. We hadden elkaar immers weinig te vertellen, omdat er sinds de vorige week géén enkel van ons iets noemenswaardig was overkomen. Op de koop toe bleek er die avond in de wijde omtrek géén enkele fuif door te gaan, waar we eventueel hadden kunnen heentrekken. Na zowat een uurtje hield ik het daar dan ook voor bekeken en besloot nog eens naar het dorp te rijden waar ik enkele jaren eerder mijn eerste stappen in het uitgaansmilieu had gezet. Er was daar een populaire discotheek, met daar tegenover een al even gewild café. Het was in die laatste tent dat ik zinnens was op zoek te gaan naar oude bekenden.

Dus trok ik opnieuw mijn lederen motorjekker aan, nam afscheid van mijn gezelschap, en verliet de kroeg. Mijn brommer stond op de stoep, waar ik hem bij aankomst had achtergelaten. Ik ontgrendelde het stuurslot, zette mijn integraalhelm op en nam met beide handen mijn stuur vast. Vervolgens zwaaide ik mijn in een strak zittende stoffen witte broek gestoken rechterbeen over het zadel van mijn bromfiets, liet mijn zitvlak er op neer zakken, stak de sleutel in het contact, draaide hem een kwartslag om en startte de motor middels een flinke trap op de kickstarter.

Het was lekker rustig op de baan. Typisch voor een weekendavond in de zomer. De omgevingstemperatuur was aangenaam, dus was het bijgevolg zalig rijden. In de laatste straat die ik moest doorrijden vooraleer in de straat te belanden waar het café was gevestigd waar ik heen wou, was de helft van de straatverlichting buiten gebruik. Gelukkig had mijn vehikel een goede verlichting, die het voor één keer niet liet afweten, want ik had daar al dikwijls problemen mee gehad. Vandaag niet, dus. De koplampen deden hun werk: één verstraler en één lamp die op de grond onmiddellijk voor me was gericht.

Het fietspad waar ik op reed, was gelegen op een verhoogde berm. Op een gegeven ogenblik merkte ik dat dit rijwielpad deze berm verliet en links naast de stoep verder liep. Te laat! Ik kon onmogelijk nog naar links uitwijken en voor me doemde een stoeprand op. Ik trachtte nog mijn voorwiel op te heffen door mijn gewicht zoveel mogelijk naar achteraan de brommer te verplaatsen en met al mijn kracht mijn stuur de hoogte in te trekken, maar helaas! Mijn bromfiets botste tegen de trottoirband en ik vloog er af.

Ik rolde over de berm en zag tijdens het tollen dat ook mijn brommer een tuimeling maakte. Het licht van de verstraler scheen mijn richting uit. Toen zowel mijn tweewieler als mijn corpus tot stilstand waren gekomen, was het ineens muisstil. De motor van mijn brommer was stilgevallen en bijgevolg brandden ook zijn lichten niet meer. Ik rook benzine. En verwachtte elk ogenblik een horde mensen die bezorgd op me zouden komen toegelopen. In afwachting daarvan sloot ik mijn ogen en in een flits stelde ik me voor door een ambulance weggevoerd te worden. Ik maakte me zelfs reeds een voorstelling van mijn kameraden die bezorgd rondom mijn hospitaalbed stonden.

Toen er echter na enige tijd in mijn omgeving nog steeds géén beweging of geluid merkbaar was, opende ik opnieuw mijn oogleden en trachtte rechtop te staan. Dat lukte wonderwel! Enkel mijn rechterknie deed pijn en ook mijn ribben deden zeer. Waarschijnlijk gekneusd door de druk van het stuur op dit deel van mijn lichaam. Ik bekeek mijn kleding. Mijn mooie witte broek was niet gescheurd, maar ter hoogte van mijn knieën en rechterdij enorm vuil. Waarschijnlijk zou dat er niet meer kunnen uitgewassen worden. Mijn helm zat nog steeds op mijn hoofd.

Een beetje verloren keek ik om me heen. Ging er dan niemand komen opdagen om te zien of ik hulp nodig had? Het kon toch niet dat niet één persoon het ongeluk had zien gebeuren? Of toch? Op straat was er géén teken van leven te bespeuren. Aan de overkant van de weg was er uitsluitend akkergrond en aan de straatkant waar ik gevallen was stonden er slechts enkele huizen, die allemaal vrij ver van de straat waren gebouwd en een grote voortuin hadden. Er brandde wel licht achter de ramen, zo kon ik zien, maar ik zag géén beweging.

Een beetje stram stapte ik in de richting van mijn bromfiets en nam in het duister de schade op aan mijn tweewieler. Die bleek op het eerste zicht nog mee te vallen: een hoop krassen en een deuk in mijn benzinetank. Ik trok mijn brommer recht. Mijn stuur stond krom. Dat corrigeerde ik door voor mijn vehikel te gaan staan, met mijn benen en knieën mijn voorwiel vast te houden en met mijn handen een flinke ruk aan mijn stuur te geven.

Vervolgens nam ik plaats op het zadel. Mijn achteruitkijkspiegels waren door de schok ook los komen te zitten. Ik trachtte ze zo goed als mogelijk met mijn vingers terug vast te draaien. Op het moment dat ik mijn voertuig, al vanaf de eerste poging, gestart had gekregen, passeerde me voor het eerst sinds mijn val, een auto. Ik zette mijn bromfiets in beweging. Dat lukte. En de verlichting deed het ook nog. Aan een heel rustig tempo, hopend op eigen krachten thuis te geraken, reed ik op het fietspad verder. Even later stilletjes het etablissement passerend waar ik de avond had willen doorbrengen. Even verderop sloeg ik rechts een straat in om via de kortste weg terug bij mijn ouderlijke woning te geraken.

Onder het rijden merkte ik nog op dat mijn brandstoftank lekte. Met de wijsvinger van mijn linkerhand hield ik het scheurtje dicht. Zo arriveerde ik dan toch thuis. Niks deed vermoeden dat ik enkele maanden later opnieuw het slachtoffer zou worden van een verkeersongeval. En die keer met veel ernstiger gevolgen! Maar dat is een totaal ander verhaal, dat ik misschien later wel eens zal vertellen.

Ru(sh)di(e), 26 maart 2003 (revisie op 18 april 2009)

Commentaren

goeie morgen Rudi daar heb ik nooit mee gereden met een brommer
voel me daar niet zo veilig op
dat er niemand langskwam, zal nu wel anders zijn
met het steeds drukker wordend verkeer, zelfs op de kleine buitenwegen is er tegenwoordig druk verkeer !
maar je was toch nog thuisgeraakt :-)
fijne donderdag hé
groetjes

Gepost door: Borriquito | 23-04-09

De commentaren zijn gesloten.