28-04-09

Rudi's ontboezemingen - Nog enkele

 

Tijdens de wekelijkse marktdag in mijn woonplaats zijn er bijna altijd wel één of twee bedelaars actief. Eén van hen is een kreupele, naar ik denk, Oost-Europeaan, de andere is een nog vrij jonge hippie met een hond. Beiden hebben een schaaltje, waarin je als passant verondersteld wordt wat geld te gooien. En aangezien er in deze stad behoorlijk veel moslims wonen, die met het geven van een aalmoes aan de minstbedeelden hun verplichte goede daad verrichten, heb ik met eigen ogen kunnen vaststellen dat die schaaltjes telkenmale goed gevuld raken.

Als gevolg hiervan is me reeds meermaals de zin bekropen ook eens ergens, waar men mij niet kent, op een markt te gaan staan met een schaaltje, om op die manier ons gezinsinkomen wat te verhogen. Het is er echter nog nooit van gekomen.

Enkele weken geleden reed ik, vergezeld van een assistente, naar het centrum van mijn woonplaats. In de ontoegankelijke apotheek diende iets afgehaald te worden. Ik zond mijn assistente naar binnen en ging zelf, wat verder op het plein, in het zonnetje zitten, mijn gezicht naar de winkels gericht. Op zeker moment kwam een vrouw uit de kruidenierswinkel. Ze zag me staan en kwam recht op me af. Ze liet haar arm met samengeknepen vingers over mijn lichaam zweven. Het duurde even voor ik in de gaten had dat die dame op zoek was naar mijn (bedel)schaaltje, om het wisselgeld in te deponeren, dat men haar in de winkel had gegeven. 50 Eurocent! Daarvoor doe ik nog niet eens de moeite om de verkrampte vingers van mijn hand te strekken. Het vrouwmens zag haar vergissing in, vroeg of ik hulp nodig had en verdween stilzwijgend toen ik daar negatief op antwoordde.

Dat is trouwens ook iets dat ik heb moeten ervaren en gewoon worden sinds ik aan een rolstoel ben gekluisterd: dat men denkt dat mensen in een rolstoel (steeds en alleen) hulp nodig hebben. We staan daar met vijf personen bij elkaar. Er komt iemand aan die ons allen kent. Die groet de andere vier en aan mij, de rolstoeler, vraagt hij of zij of ik hulp nodig heb. Ze hebben geluk dat ik geen Palestijns terrorist ben, want op zo een momenten heb ik de bijna onweerstaanbare drang om (mij) te (laten) ontploffen.

Oh ja hoor, die mensen bedoelen het goed, maar wij zijn telkens de pineut. Ontelbaar zijn de keren dat ik me publiekelijk eens voorover boog om mijn bilspieren te ontspannen en mijn rug een beetje vrijheid te geven, waarop er binnen de kortste tijd een groepje mensen rond me stond die unaniem dachten dat ik onpasselijk was geworden. En moeite dat ik had om hen van het tegendeel te overtuigen. Eén keer stond men zelfs met de GSM in de aanslag, op het punt de dienst 100 te bellen! Nu zoek ik meestal een verlaten plekje op als ik even voorover wil liggen En dankzij mijn heupgordel kan ik toch niet uit mijn rolstoel vallen.

Ru(sh)di(e), 27 mei 2004 (revisie op 26 april 2009)

Commentaren

Hmm dit postje maakt me eigenlijk een beetje boos. Mensen helpen mensen en dat vind ik niet meer dan normaal. Maar verdorie het is toch niet omdat iemand in een rolstoel zit dat hij niet kan praten. Vraag het hem dan ipv zo maar te willen reageren. Alhoewel als de persoon in kwestie hulp nodig heeft zal hij het wel vragen. Ik vind het eigenlijk iets té dat jij omwille van een ander je moet aanpassen en in een hoekje moet gaan zitten. 't Ergste van al is dat als je écht hulp nodig hebt er nog vaak niemand komt helpen of ze je gewoon als een atractie komen bekijken.

Gepost door: Chris, Laika en Chesko | 28-04-09

goeie morgen Rudi en je vergeet dat diene nog met dat draaiorgel, staat er ook regelmatig zijn deuntjes te spelen :-)

toch mooi dat de mensen je toch willen helpen als ze denken dat er iets mis is, al zal dat natuurlijk op den duur vervelend zijn als ze dan alleen iets kunnen zeggen tegen je

fijne dinsdag Rudi
groetjes

Gepost door: Borriquito | 28-04-09

De commentaren zijn gesloten.