01-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - Onverwacht spectakel

 

Jaren geleden, tijdens mijn tienerjaren, was ik met onder anderen mijn ouders, aanwezig op één of ander dijkfeest in een polderdorpje aan de Schelde. Op de verharde oeverboorden stonden allerlei kraampjes opgesteld en er was een gans evenementenprogramma opgebouwd, met activiteiten op en om het water.

Zo werd er op een gegeven ogenblik ook een luchtaanval geënsceneerd. Een dubbeldek vliegtuigje scheerde rakelings over het water en over onze hoofden. Uit de luidsprekers van het omroepsysteem weerklonk mortiergeratel. De luchtafweer aan de grond reageerde terstond. Er weergalmden enkele kanonschoten doorheen het luidsprekersysteem. Raak! De motor van het vliegtuigje begon te sputteren, viel uit, en de vliegmachine dwarrelde naar beneden, een rookpluim achter zich latend. Iedereen applaudisseerde.

Maar wat gebeurde er nu? De motor werd terug gestart, de dubbeldekker won terug hoogte en kwam even later alweer hevig schietend op ons af. Het luchtafweergeschut deed echter wederom haar werk. Opnieuw raak! Alweer een rookpluim. Applaus! En deze keer kreeg de piloot zijn machine niet meer terug aan de praat en verdween ijlings, in zweefvlucht, uit ons gezichtsveld. De menigte liet een oorverdovend applaus horen. De vijandelijke aanval was afgeslagen. Tot de omroeper van dienst ons door zijn microfoon meedeelde dat het vliegtuigje even verderop - ongewild - écht was neergestort. Hij meldde ook dat de piloot gelukkig ongedeerd was en verzocht de menigte kalm en ter plaatse te blijven.

Dat zag je van hier. Vlakbij een ramp gebeurd en het klootjesvolk zou niet gaan kijken? Dus terstond repte de helft van de aanwezige mensenmassa zich in de richting van waar men dacht dat de piloot had geprobeerd met zijn vliegtuigje een noodlanding te maken. Ineens was er op de Scheldedijk plaats te over.

Toen we ons een uur of twee later in de richting van mijn vaders' auto verplaatsten om huiswaarts te rijden, passeerden we voorbij het rampgebied. Uiteindelijk viel alles nog best mee. Naar men zei was de piloot er met enkele schrammen en de schrik vanaf gekomen. Zijn vliegtuig, dat in een bietenveld was terechtgekomen, en bij die landing over kop was gegaan, had zo te zien niet echt veel schade opgelopen. De dubbeldekker die daar ondersteboven in het lover lag, was in elk geval een ongeplande extra attractie voor de bezoekers aan de feestnamiddag.

Ja, op publieksevenementen kan je al eens op een extra onverwacht en onvoorzien spektakel worden getrakteerd. Zo heb ik ook eens iets meegemaakt tijdens een waterskishow. Ik zat, tussen de andere toeschouwers, op de oever van - alweer - de Schelde en volgde de wedstrijden die daar werden gestreden. Telkens 'rondes' waarbij de boten, en de personen die er achter hingen, meermaals voorbij onze neus passeerden. In elke boot zat één piloot en één copiloot. Deze laatste zat, zoals dat steeds gebeurt, met zijn gezicht naar de skiër gericht, zodat hij deze laatste zijn instructies kon zien en doorzeggen aan de bestuurder van de boot.

In een bepaalde reeks werden twee van de skiërs getrokken door speedboten die meer weg hadden van raceboten: smalle, lange motorboten, met een scherpe voorsteven. Onmiddellijk werd duidelijk dat de concurrentie niet op kon tegen hen. Die twee namen al vlug, mét voorsprong, de leiding. Het werd een nek aan nek race, tegen hoge snelheid. De waterskiërs konden zich nauwelijks op hun skilat rechthouden. Toen ze, in de laatste ronde, in de rush naar de eindmeet, weer op volle snelheid aankwamen, gebeurde er iets.

De speedboot die het dichtst tegen de oever vaarde waar wij zaten, schoot plots loodrecht hemelwaarts. De voorsteven, die reeds de ganse wedstrijd stevig boven de waterspiegel uitstak, ging nu helemaal de lucht in, en de ganse romp en zelfs de achtersteven volgde. De piloten vlogen door de lucht en belanden vervolgens in het water. Dank zij hun reddingsvesten bleven zij boven drijven.

Ook de boot kwam terug in het water. En zonk. De achterkant eerst, en toen snel de rest, tot ook de spitse voorkant onder water verdween. De speedbootpiloten en de waterskiër keken de zinkende boot en elkaar verbouwereerd en hulpeloos aan. Later die dag hebben ze die boot uit het water kunnen trekken met behulp van het touw waarmee de skiër aan de boot had gehangen en dat hij ook na het incident niet had losgelaten.

Elke mens is in zijn leven wel getuige van een hele resem speciale, al dan niet spectaculaire gebeurtenissen. Spektakel voor hen die er op toezien, leed voor diegenen die het overkomt. Toen ik nog in de lagere school zat is er ooit eens een bestelwagen, volgeladen met jute, afgebrand, voor een huis, twee huizen verwijderd van het onze. Toen de chauffeur zijn truck tot stilstand had gebracht nadat één van onze buren hem daartoe had gedwongen, stond de lading reeds in lichterlaaie. Het spuiten met de brandblusser uit zijn camion kon dan ook de brand niet stoppen. De man kon gelukkig nog wel de aanhangwagen loskoppelen van zijn trekker en zodoende deze laatste vrijwaren van schade.

Jezus! Wat een massa mensen kwam er die avond naar de uitbrandende laadbak kijken. Uit nieuwsgierigheid en sensatiezucht allicht. En ik durfde het niet zeggen, maar was ontzettend bang dat die brand zou uitslaan naar de stal van onze buren, zo naar zijn woning en vandaar naar de onze, want de wind zat wel zo. Gelukkig zijn we van dergelijk onheil gespaard gebleven. De spuitgasten moesten wel nog tot een stuk in de nacht nablussen om alle vuur gedoofd te houden.

Later heb ik gehoord dat het vuur zou zijn ontstaan door een sigarettenpeuk die de truckchauffeur achteloos door het opengedraaid portiervenstertje van zijn trekker zou hebben gegooid. Die onachtzaamheid zorgde er voor dat wij, kinderen uit de buurt, vele jaren later nog steeds zongen: "'ATRAMEF' is afgebrand!" En ik me daardoor, een paar decennia later, nog steeds de naam van het gedupeerde bedrijf herinner.

Een andere keer dat ik met vuur en met de brandweer in aanraking kwam, was op een, ik meen mij te herinneren, oudejaarsavond. Mijn vader had die ochtend onze houtkachel aangestoken. Deels als bijverwarming, maar vooral voor de gezelligheid. Toen ik 's namiddags in mijn kamer zat, ontwaarde ik buiten een dichte mist. Raar. Was die nu ineens, midden in de namiddag, opgekomen? Ik opende mijn kamervenster en wist aan de geur meteen dat dit géén mist, maar rook was. Hier was ongetwijfeld iets niet pluis!

Ik snelde naar onze woonkamer. Ook die was compleet gevuld met rook. Ik opende meteen de deur naar de inkomhal en daarna ook de buitendeur. Ik holde buiten, tot op enige afstand van mijn ouderlijke woonst, zodat ik de schouw kon zien. Ook daar kwam rook uit. Dus liep ik snel terug ons huis in. Ik opende de deurtjes van het houtvuur, bekeek het hout dat er in brandde, nam een pook, duwde de houtblokken uit elkaar en doofde het vuur. Vervolgens nam ik de nog smeulende blokken hout met beide handen vast en droeg ze rennend één na één naar buiten en gooide ze daar in de rijweg. De hitte aan mijn handen was tijdens deze klus bijna ondraaglijk, maar wonderlijk genoeg raakten ze toch niet verbrand. Tegen de tijd dat mijn huisgenoten de living binnen kwamen was de meeste rook reeds opgetrokken.

Tegen 's avonds riskeerde mijn vader het toch maar weer om het vuur aan te steken. Alle gasten waren reeds gearriveerd, toen het probleem van in de namiddag zich herhaalde. Maar nu kwamen er ook vlammen uit de schouw. En het branden stopte niet toen we het houtvuur doofden. Met vochtige doeken trachtten mijn ouders de schouwpijp die door hun zolder loopt, af te koelen, maar dat lukte niet. Mijn vader betrouwde het zaakje niet en zond me naar de overburen om de brandweer te bellen, want wij hadden toen zelf nog geen telefoonaansluiting.

Van aan haar hek riep ik onze naar buiten gesnelde buurvrouw toe de pompiers te bellen. Toen ik terug de straat wou oversteken, stelde ik vast dat het autoverkeer in deze dubbele bocht, waarin mijn ouderlijke woonst is gelegen, volledig in de knoop zat. Enerzijds door automobilisten die gestopt waren om te vragen of ze hulp konden bieden en anderzijds door vele anderen, die enkel halt hielden om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Om enige orde te scheppen in deze chaos en ongevallen te vermijden, begon ik dan maar het verkeer te regelen.

Toen even later de brandweer arriveerde met twee grote bluswagens, was daar nog meer nood aan, dus ik deed maar verder. Eens ik de combi van de politie zag toekomen dacht ik dat mijn taak er op zat. Die mannen plaatsten hun camionette achter één van die brandweerwagens, stapten allebei uit en gingen ons huis binnen, terwijl ze mij hun werk lieten verder doen.

Ook ik wou echter wel eens zien wat daar binnen aan de hand was en wat die spuitgasten allemaal deden. Dus liet ik het verkeer in onze straat voor wat het was en liep naar ons huis. De brandweer had ons houtvuur losgekoppeld van de schouw en het branden van de schouw gestopt door met een natte jutezak de schouw af te dichten. De schade was beperkt en we konden, met enige vertraging, alsnog dineren en de overgang van oud naar nieuw vieren zoals gepland.

Ru(sh)di(e), 30 augustus 2004 (revisie op 28 april 2009)

Commentaren

goeie morgen Rudi gelukkig is het goed afgelopen met die beginnende brand bij jullie thuis
die mannen van de brandweer, we mogen ons gelukkig prijzen dat die er zijn
hier bij mij hebben ze een paar jaar geleden eens een bijennest moeten komen weghalen
fijne dag Rudi
groetjes

Gepost door: Borriquito | 01-05-09

De commentaren zijn gesloten.