02-05-09

De avonturen van Rudi & Co, een tragische week

 

Het is me weer een week geweest. Maandag, na het ochtendtoilet, dat bestaat uit een wasbeurt en aankleden op bed, wou mijn verpleegster me van mijn bed, in mijn rolstoel plaatsen. Die transfer gebeurt middels een draaischijf. Ik word op de rand van mijn bed gezet, mijn voeten op de draaischijf, de verpleegster duwt haar knieën tegen de mijne, ik kom recht, waarna ze me een kwartslag draait, zodat ik in het naast mijn bed opgesteld vehikel beland. Als alles goed gaat, tenminste. Wat vandaag dus niet het geval was. De verpleegster struikelde bij het draaien over haar eigen voeten, verloor haar evenwicht, viel, en sleurde mij mee in haar val.

Mijn lichaam ving ze op met het hare, maar mijn voorhoofd botste nogal onzacht tegen de stenen vloer van mijn living. Daar lagen we dan. Mijn voorhoofd bloedde hevig, maar ik voelde geen pijn. Eén van mijn zoontjes, die aan de ontbijttafel zat toen het accident gebeurde, snelde meteen ter hulp. We verzochten hem zijn mama te halen. Die was even later bij ons, samen met mijn andere zoontje. Inmiddels was de verpleegster, die zelf niet gewond was, onder me vandaan gekropen, had me in een iets comfortabeler positie gelegd, en ondersteunde mijn bovenlichaam en hoofd.

De verpleegster en mijn echtgenote tilden me op en plaatsten me in mijn rolstoel. Ik had er wel nood aan even te bekomen. Naar verluid vertoonde mijn voorhoofd een diepe snee van enkele centimeters lang. De verpleegster depte het bloed, reinigde mijn voorhoofd, kleefde een pleister op de wonde en zei dat ik ze zeker moest laten hechten. Het toeval wou dat ik, voor het weekend, met mijn huisarts een afspraak had gemaakt voor een huisbezoek op deze maandagochtend. Dat scheelde alweer een telefoontje.

Toen ik terugkwam van het naar school brengen van mijn tweeling, stond mijn kinesist reeds op me te wachten. Ik vertelde hem wat er was gebeurd en  vroeg of hij dacht dat de wonde gehecht zou moeten worden. Aangezien de jongeman toch reeds geruime tijd actief is als verzorger van de spelers van een voetbalclub in eerste klasse, veronderstelde ik immers dat hij wel enige ervaring zou hebben met (snij)wonden. Hij vond dus ook dat het gat best zou worden genaaid en vroeg langs zijn neus weg of we de wonde toch wel hadden ontsmet.

Daar hadden we echter, in alle consternatie rond het gebeuren, nog niet aan gedacht. Mijn vrouw kwam onmiddellijk met een flesje ontsmettingsmiddel, maakte het wondpleistertje langs één kant los en spoot wat van het spul op het letsel. Ik schreeuwde het uit! De kinesist keek me verschrikt aan. Mijn eega niet; die kent me te goed en zei: "Dat kan géén pijn doen, want er staat op het flacon dat het middel niet prikt!" Ik toverde op mijn gezicht een brede grijns, want uiteraard had ik die pijn geveinsd. Maar het product prikte me wel onaangenaam. Misschien omdat de snede te diep was?

Mijn assistente arriveerde en zag de pleister op mijn hoofd. Ze vroeg of ik op mijn hoofd was gevallen. Ik repliceerde met de wedervraag of ze daar dan, in al die tijd dat ze reeds voor mij werkte, nog nooit iets van had gemerkt? We lachten, waarna ik haar een omstandig relaas van het gebeurde verhaalde.

Ik deed mijn werk tot de dokter kwam. Liet deze eerst kijken naar de wonde op mijn voorhoofd en besprak daarna de zaken waarvoor ik hem had ontboden. Eens we rond waren, bezwoer mijn huisarts me om me zo snel mogelijk naar de spoedopname van ons plaatselijk ziekenhuis te begeven. Ik werkte echter eerst af waar ik mee bezig was geweest en vertrok daarna pas richting hospitaal.

Op mijn weg erheen reed ik eerst nog even langs bij de apotheek, zodat het middag was vooraleer ik in de kliniek arriveerde. Ik verzocht een passant de deur voor me te openen en meldde me aan bij de receptie. Terwijl de dame die het onthaalloket bemande mijn SIS- kaart in ontvangst nam, deelde ik haar de reden van mijn komst mee. Na inschrijving leidde ze me tot aan de spoed.

Daar werd ik overgedragen aan de zorgen van een vrouwelijke verpleegkundige, die de 'dokter van wacht' voor me opbelde. Ik werd alleen gelaten in de ruimte waar ik bijna twee jaar geleden ook was heengebracht, na die aanrijding door een vrachtwagen. Na enkele minuten werd me verzocht door te rijden naar een ander lokaal. Ik zei dat ik dat geen probleem vond, want dat ik zo de ganse afdeling te zien kreeg. Net toen ik klaar was met me volledig achterover te leggen in mijn stoel, arriveerde de dokter.

De verpleegster bracht zo een spiegelschijf met verschillende lampen in, zoals ze bij operaties gebruiken, dichterbij en plaatste ze over mijn hoofd. Dat ontlokte bij mij de uitspraak: "Allé, door dit voorval kom ik in ieder geval nog eens in de schijnwerpers te staan." De arts en de verpleegster lachten. Er werd een groene doek met een rond gat in, op mijn hoofd gelegd, en de spot werd aangeknipt. Met een spuitje verdoofde de dokter de zone rond de wonde. Zoals de verpleegster had voorspeld, veroorzaakten de prik van de naald en het inspuiten van de vloeistof, enige pijn, maar dat was slechts voor heel even.

De chirurg naaide vakkundig het gaatje dicht, waarna hij zijn assistente opdracht gaf er een klever op te plakken. Ik zei nog: "Een zwachtel rond mijn hoofd mag ook", maar zij nam die uitspraak niet ernstig, glimlachte even en kleefde, om de wond te bedekken, op mijn voorhoofd zo één van die transparante klevers waar in 't midden een stukje gaas zit.

Omdat de wonde blijkwaar weer even aan het bloeden was geweest, waardoor het wonddoekje een beetje rood was gekleurd, zei de verpleegster die me 's avonds kwam verzorgen en in  bed leggen, dat ze het jammer vond dat ze zelf niet zo'n wondklevers bij zich had. Ik niet. Zo een bebloede plakker op mijn hoofd stond best cool, vonden mijn kinderen. Bovendien gaf het mijn uiterlijk een enigszins dramatische look. En, nooit om een grap verlegen, had ik daarmee alles in handen, om de dag daarop, toen ik een afspraak had in het atelier van mijn rolstoelleverancier, enige lol te beleven.

De volgende dag, dinsdag dus, verliep alles conform het scenario dat ik in gedachten had. De bandagist en de technieker van de rolstoelhandel waren mijn eerste slachtoffers. Ze zagen de plakker op mijn hoofd, en het bloed, en vroegen me wat er was gebeurd. En ik vertelde droogweg dat ik bij een caféruzie een klap van een tafelpoot had gekregen! Met grote, vragende ogen keken ze me aan en stelden me de vraag, waarop ze eigenlijk een positief antwoord verwachtten: "Echt waar?" En ik, nu glimlachend: "Natuurlijk niet!" Ze lachten ermee, waarna ik hen het ware verhaal deed. En zo werden er die dag nog een aantal mensen volgens het zelfde scenario, in het ootje genomen.

Toen ik op woensdagmiddag op weg was van de wekelijkse markt in het centrum, naar de school van mijn kinderen, in onze wijk, passeerde ik een grote bouwwerf. Op een balkon op de tweede verdieping zag ik twee werklieden. Buiten hen was er niemand te zien. Ter hoogte van de werf stond een grote vrachtwagen, met zijn kipbak gekanteld. Men was blijkbaar zand  aan het lossen. Een dikke buis lag tussen de camion en het gelijkvloers van het appartementsgebouw in opbouw. Daar waar de buis op het fietspad lag, had men in hout een brugje gemaakt. De helling leek me nogal steil en hoog, waardoor ik even overwoog om, naast de camion, over de rijweg de werf te passeren. Uit veiligheidsoverwegingen besloot ik echter het toch maar via het fietspad te proberen. Ik reed zachtjes tegen het obstakel aan. Mijn trekkende voorwielen overwonnen moeiteloos de hindernis. En toen stond ik stil. Het chassis van mijn rolstoel stond vast op het brughoofd, waardoor mijn wielen nergens greep vonden en derhalve ronddraaiden in het ijle.

Eerst probeerde ik met wat wiebelen tot een oplossing te komen, maar dat lukte niet. Toen trachtte ik middels toeteren en hallo geroep de aandacht te trekken van de bouwvakkers op het balkon. Vrij snel kwam iemand me ter hulp, en met wat gesjor aan mijn vehikel geraakte ik terug vrij, zodat ik toch nog tijdig aan de schoolpoort arriveerde.

Op donderdag was het de beurt aan mijn eega om de inrichting van de spoedafdeling van ons plaatselijk ziekenhuis eens van nabij te gaan bezien. Ze kreeg die dag immers, bij het bereiden van ons middagmaal, kokende olie op haar linkerhand en raakte daardoor ernstig verbrand. Toen de verpleegkundige kwam voor mijn avondtoilet, deelde ik hem mee dat het team waarvan hij deel uitmaakt, er een patiënt had bij gekregen. Als geboren commerciant peilde ik naar het krijgen van een commissie op het aanbrengen van deze nieuwe patiënte, of  alleszins een korting, omdat we nu met twee te verzorgen personen waren op één adres. Ik kreeg evenwel enkel een grijns als antwoord.

En op vrijdag werd één van mijn zoons bij de voetbaltraining alweer onheus behandeld door een dolgedraaide trainer. Die bovendien te laf was om de confrontatie met me aan te gaan. Aangezien ik niet de intentie heb deze zaak zomaar aan mij voorbij te laten gaan, zal het voorval zeker een staartje krijgen Ik ben het trouwens grondig beu dat mijn kinderen omwille van hun huidskleur, de afkomst van hun mama en de fysieke toestand van hun pa, keer op keer worden benadeeld.

Het zou misschien best zijn dat ik me dit weekend, met oordopjes in, laat opsluiten in het toilet, want ik heb de laatste vijf dagen al genoeg opwinding beleefd.

Ru(sh)di(e), 14 januari 2005 (revisie op 28 april 2009)

Commentaren

Ondanks de vele problemen die je blijkbaar regelmatig tegen komt vind ik het toch super dat je steeds je humor kunt bovenhalen op zo'n momenten. En hoezo je kinderen worden benadeeld ? Sorry maar hier heb ik dus een grondige hekel aan. Ik heb m'n kinderen opgevoed met 1 wetenschap, al ziet een mens groen, paars, oranje, geel het is en blijft een mens en die kan je enkel beoordelen om wie hij van binnen is en niet langs buiten laat uitschijnen. Ooit leverde me dit natuurlij keen minder leuk iets op. We stonden in het warenhuis en mijn stiefzoontje van 6 riep ineens "Chris kijk daar zwarte piet is hier en hij heeft z'n gewone kleren aan". Ik wist niet waar kijken en excuseerde me terwijl die man serieus aan 't lachen was met dit voorval. Alhoewel ik me héél goed kan voorstellen dat niet elke ouder zo reageert.

Gepost door: Chris, Laika en Chesko | 02-05-09

goeie morgen Rudi ik zie je daar al staan wiebelen met je machien :-)
je had kijkgeld moeten vragen hé :-)
fijne zaterdag Rudi
groetjes

Gepost door: Borriquito | 02-05-09

De commentaren zijn gesloten.