14-10-09

De avonturen van Rudi & Co - Uitschot

 

De zondag voor Kerst was ik met mijn echtgenote en kinderen op de markt die elke zondagochtend wordt ingericht op de terreinen van de oude slachthuizen in wijk Kuregem, te Anderlecht. Les abattoirs de Cureghem, zoals die plaats het best is gekend door de voornamelijk Franstalige standhouders en bezoekers.

Het was geleden van de laatste zondag van februari van dit jaar, dat we daar nog eens waren geweest. Op deze multiculturele markt, waar je zowat alles vindt wat je nodig hebt of denkt te kunnen gebruiken. Voeding en niet-voeding. In het begin van het jaar waren we er zonder de kinderen. En deed er zich een incident voor dat me toen toch wel even boos maakte.

Vooraleer, na een ochtend kuieren, het uitgestrekte terrein te verlaten, wou mijn vrouw nog op zoek gaan naar enkele producten. Aangezien ik het enigszins beu was om me, uiterst behoedzaam en traag, tussen de mensenmassa te bewegen, stelde ik voor dat ze alleen zou gaan. Ik zou blijven wachten op de plaats waar we ons op dat moment bevonden.

Zo gezegd, zo gedaan. Mijn wederhelft verdween in de mensenzee en ik keek uit naar een plekje om op haar terugkeer te wachten. Ik bevond mij aan het begin van het marktgedeelte met de groenten en fruitstandjes. Ik positioneerde mij met mijn elektrische rolstoel schuin tegenover de hoek van een kraam waar ondermeer olijven en andere (zuiderse) vruchten werden aangeboden.

Door de positie waarin ik stond, kon enerzijds iedereen aan elk product dat op die marktstand werd verkocht en anderzijds bleef er in de gangen genoeg ruimte over voor de passanten. Ik zat daar dus goed, dacht ik. En hield me ledig met het observeren van de mensen die in mijn gezichtsveld kwamen. Zelf was ik die ochtend, als steeds, alweer door honderden mensen 'aangestaard' als ben ik een buitenaards wezen, wat naar mijn weten, nochtans niet het geval is.

Ineens stond daar die standhouder voor me, met het, in het Frans uitgesproken, dwingende en dringende 'verzoek' me elders op te stellen, want ik hinderde zijn klanten. Ik weigerde resoluut! En wees die vent op de zee van ruimte om me heen. Toch wou die kerel me nog steeds weg. Ik werd boos! En zei hem mijn gedacht. In het Nederlands! Dat was voor die kerel te veel. Iemand met een handicap die mondig Is en op de koop toe in een taal sprak waarvan hijzelf nog niet eens de basis machtig is, daar had die groentenmarchand zich helemaal niet aan verwacht! En het zich rondom ons verzamelde publiek had hij vast ook liever niet voor zijn kraam. Met mij tot kalmte aanmanende handgebaren, kroop hij terug achter zijn vijgen, olijven en andere dingen die ik niet lust kraam.

Inmiddels was Caroline terug. Maar uit koppigheid bleef ik nog vijf minuten op dezelfde plaats staan. En die vent maar vies lonken. Ik sneerde hem nog toe dat, als hij, in mijn land, in mijn hoofdstad, nog iets tegen mij wou zeggen, hij er voor moest zorgen mijn taal machtig te zijn. De man keek me toen aan als een koe die moet kalveren, of net gekalverd heeft, dus in elk geval nogal dwaas, waaruit ik afleidde dat die sukkel van mijn betoog geen jota begreep!

Dat was dus begin 2008. Nu terug naar zondag jongstleden. Als steeds, was het erg druk op de markt. We slenterden met ons vieren enkele uren rond en deden wat inkopen. Vooral kledij voor Brian en Austin. Die hebben regelmatig nieuw lichaamsbedeksel nodig. Omdat ze in de groei zitten! Zogezegd! En de ouders blijven status-quo qua grootte en moeten het dus maar stellen met de kleding die reeds in hun kast hangt! Zo gaat dat nu eenmaal als je kinderen hebt. En ik heb daar helemaal geen moeite mee.

Het was kort na de middag en we waren reeds op weg naar de uitgang van het, deels overdekte, marktterrein. Ik reed voorop. Iemand moet de leiding nemen, nietwaar?! Mijn rolstoel wiebelde een beetje. Ik dacht dat mijn zoons me aan het jennen waren, dus reageerde niet. Om hun pret te bederven. Hahaha! Er is wel wat meer nodig om me uit mijn tent te lokken!

Ineens hoorde ik hun mama iets schreeuwen. Een overdreven reactie op wat de jongens met me deden? Ik zag ineens iemand van achter mij vandaan komen, en haastig wegstappen. Neen, twee personen zelfs! En niet mijn jongens, maar wel jongelui. Een grote en een kleine. Ik stopte en wachtte op mijn gezellen, om verduidelijking te krijgen over wat er aan de hand was.

De verklaring kwam er snel. Austin had iemand betrapt terwijl die trachtte de rits van mijn rugzak te openen. Austin had onmiddellijk met zijn vlakke hand op dienen gast zijn vingers getikt! De kleinste van de twee, even voordien wegsnellende jongeren. En Caroline had hen kwaad toegeschreeuwd. Had ik onmiddellijk geweten dat die twee wegvluchtende gasten me hadden trachten te beroven, ik had ze terstond aangereden, zodat ze met hun klikken en hun klakken in een groentenkraam terecht kwamen. Met wat geluk, en liefst, in dat van die onsympathieke olijvenverkoper!

Ironisch genoeg had ik, in tegenstelling tot wat ik doorgaans altijd doe, mijn gezellen bij het betreden van de markt, deze keer NIET gewaarschuwd voor zakkenrollers, tasjesrovers en andere straatbandieten. En weerklonk er, net na dit voorval, voor het eerst die dag, uit de her en der opgehangen luidsprekers, een schel klinkende mannenstem die ons waarschuwde op onze hoede te zijn voor gauwdieven!

Je mag van me denken wat je wilt, maar ik heb mijn kinderen aangeraden om, als ze nog eens iets dergelijks zien, zulke kerels dan meteen met hun voet een flinke trap op de kin te geven. Gevolgd door een fameuze schop tussen de benen. De aanval is immers de beste verdediging! En die boeven verwachten geen verweer, weten dat zij in de fout zijn, en zullen steeds trachten er zo snel mogelijk van onder te muizen! Ze zullen vechten om andermans bezit in handen te krijgen, maar niet om hun eer. Want dat hebben die gasten niet; net zo min als normbesef. Vandaar dat het goed kan zijn ze eens een fikse rammeling te geven. Dan houden ze zich vast, op zijn minst, een tijdje gedeinsd!

Met gauwdieven en ander gespuis en uitschot, heb ik totaal geen compassie. Zelfs niet in de  Kerstperiode. Maar ik heb wel expres gewacht met dit verhaal te schrijven en te publiceren tot na Kerstmis. Want ik ben de dagen voor en na Kerstdag toch ook liever bezig met leuke, vredige gebeurtenissen. En met mij het gros der mensen, veronderstel ik. Vrede op aarde aan elkeen die met haar of zijn pollen afblijft van andermans bezit!

Rudi, 27 december 2008 (revisie op 14 oktober 2009)

Commentaren

goeie morgen Rudi 'k zou het ook niet kunnen verdragen als ik iemand andermans spullen zie proberen te stelen
heb het nog niet meegmaakt maar 'k denk dat ik mijn handen niet thuis zou kunnen houden op dat moment
ze verdienen een goed pak slaag degene die zoiets doen ook al is het misschien voor sommigen een manier om te kunnen overleven wegens grote armoede, maar dan nog kan ik er geen begrip voor opbrengen
we moeten ook zien dat we rondkomen met hetgeen we hebben hé

een vieze kerel diene van dat kraam, goed van antwoord gediend Rudi !!

fijne donderdag je toegewenst
groetjes

Gepost door: borriquito | 15-10-09

pff, wat een toestanden hé
dat stelen is erg maar die reactie van de groentenboer vind ik eigenlijk nog erger

en eigenlijk had zijn kraam toch veel aantrek want jij stond er als publiekstrekker ;-))

Gepost door: fotorantje | 15-10-09

Verschrikkelijk vind ik het dat anderen zo maar iemands spullen pikken, ik haat het en het maakt me razend. Alhoewel als ik eerlijk ben ben ik 'tn iet eens met de raad die je je zoons gaf. Ik hoor je al denken lap Chris gaat hier weer is zagen en yep idd. Weet je een tik op de handen zoals je zoon deed is perfect maar zorg er aub niet voor dat ze iets kunnen mankeren door hun in hun kruis te stampen ofzo. Een vriend van ons deed het eens, die kerel liet zich vallen en onze vriend mocht een serieus bedrag uitkeren omdat mhr werkonbekwaam was. Sindsdien weet ik héél zeker dat zo'n rotzak van mij geen cent zal krijgen want de dief zelf kreeg enkel een boete.

Gepost door: Chris, Laika en Chesko | 17-10-09

De commentaren zijn gesloten.