08-04-12

Pasen

  

Zalig Paasfeest!


pasen,chocolade,meisje,babe,bunny,bruintje,bodypaint,paashaas,body-paint,body_paint,haas,geel,sexy,paasdag,christen,feest,liturgie,jezus,paaszondag


19-06-09

Rudi’s overdenkingen - Hemel of hel? Maakt niet uit, als het er maar warm is!

 

Sinds ik mijn Christelijk geloof heb afgezworen, en als niet-gelovige verder door het leven rij, kan ik me wat meer vrijheid veroorloven bij het schrijven over thema's als God, het geloof en in het bijzonder de Rooms- katholieke Kerk. Een club van gelovigen, waar ik overigens nog steeds lid van ben, aangezien ik me niet uit hun doopregisters heb laten schrappen. En net dat in de ban doen of excommuniceren, is een gevaar dat je bedreigt indien je als gelovige volhardt in de zonde.

En alleen reeds het verzaken aan het eerste van de 10 geboden, namelijk: 'Boven al bemin één God', kan voor de Kerk als zonde volstaan om je in de ban te doen. Nogal wiedes eigenlijk, omdat je daarmee verzaakt aan de belangrijkste pijler waarop de ganse ideologie van hun godsdienst is gebouwd. Waarschijnlijk begeef ik mij op gevaarlijk ijs, en riskeer ik een heleboel mensen voor het hoofd te stoten, maar toch ga ik hier en nu mijn gedacht zeggen over God en religie. Alsmaar meer groeit bij mij immers het vermoeden dat het bestaan van een opperwezen en een leven na de dood, ontsproten is uit de geest van enkele van onze, in hun tijd heersende, voorvaderen. Als zingeving voor het leven van de mensen en als verklaring voor toentertijd onverklaarbare gebeurtenissen en (natuur)verschijnselen. Opdat de menigte daaronder rustig zou blijven, en bovendien gemakkelijker te manipuleren en in de hand te houden. In de veronderstelling dat deze denkpiste de juiste is, en derhalve de waarheid, dan betreft dit de grootste bedriegerij ooit!

Het is mijn rationeel denken dat me tot deze vaststelling leidt. Tegen de meeste morele wetten van de godsdienst heb ik helemaal geen bezwaar. Integendeel zelfs. Morele waarden als respect, eerbied, naastenliefde... om maar enkele te noemen, kan ik volledig onderschrijven. En ik ben de laatste om mensen die geloven in een God, zoals die doorgaans wordt voorgesteld, te trachten op andere gedachten te brengen. Als zij in dat geloof troost vinden en er levenskracht uit kunnen putten, dan respecteer ik dat. Ze kunnen er maar wel bij varen. Maar ze hebben niet het recht om hun gedacht als het enige ware aan andere personen op te dringen. Men mag gerust zijn geloof prediken, maar niet van anderen verwachten, soms neigt het zelfs naar eisen, dat die hen daarin blindelings volgen. Ieder heeft recht op een eigen mening. Respect daarvoor is klaarblijkelijk een morele deugd die dikwijls ontbreekt op het lijstje van godsdienstfanaten.

In het dagelijks leven kom ik dikwijls in aanraking met personen die hun geloof hoe dan ook willen opdringen aan anderen. En die, in plaats van bij het werken aan een betere maatschappij, te starten bij zichzelf en door arbeid het door hen beoogde betere leven (lees: meer materiële welstand) te bekomen, alle vertrouwen leggen in hun geloof. Oprechte devotie en alles wordt door de goede God voor hen geregeld, is hun devies. Daar heb ik nogal wat bedenkingen bij. In de eerste plaats zijn die gelovigen blijkbaar net zozeer als de 'Almachtige' stekeblind voor alle miserie in de wereld, ook onder zeer gelovige medemensen. Voorts lijkt dit mij nogal een gemakkelijkheidoplossing: ze bidden en laten ondertussen de anderen het werk doen. Naderhand plukt men de vruchten van deze laatste hun arbeid en claimen dat dit het resultaat is van hun bidden tot God. Nogal wat zogenaamde gelovigen zijn daarenboven afgunstig van andermans bezit, wat een overtreding is van het 10de gebod!

Er schiet mij plotsklaps een mop te binnen, die ik jullie niet wil onthouden!

Een verpleegster sterft en, als resultaat van haar vrome aardse leven, verzeilt ze in de hemel. Alwaar ze wordt verwelkomt door Sint Pieter. Die is, na zijn jobs van achtereenvolgens apostel van Jezus en (eerste) katholieke paus, uiteindelijk voor eeuwig aangesteld als hemelpoortbewaarder.

Terwijl de dame, of in ieder geval haar ziel, met Sint Pieter de toegangsformaliteiten regelt en verslag uitbrengt over haar net beëindigde leven op aarde, ziet ze over de schouder van Sint Pieter heen een man zitten met een stethoscoop om de nek. Opgewonden vraagt ze: "Die man daar achter u, is dat een dokter?" Sint Pieter kijkt even op, lacht schamper en antwoord: "Neen, mevrouw, helemaal niet. Dat is God. Die denkt alleen maar dat hij mensen kan helen!"

Wat de Heer betreft, heb ik overigens nog een paar opmerkingen. Hoogmoed is de zonde der zonden, staat ergens in de bijbel geschreven. Deze zonde zou trouwens ook aan de basis liggen van de transformatie van God zijn perfecte engel Lucifer tot Satan, voor wie de hel werd geschapen. Dit terwijl God, alsook zijn enig geboren zoon Jezus Christus, naar mijn bescheiden mening, zelf ook niet vrij waren van enige zelfverheffing!

En de organisatie van die zondvloed, daar stel ik toch ook enkele vraagtekens bij. God zag dat zijn creaties zich niet gedroegen zoals Hij had verhoopt, gaf aan Noach opdracht een ark te bouwen, van elk levend wezen een paar aan boord te nemen, en toen dat geregeld was ging de Schepper over tot executie van alle overige levende wezens. Door hen te laten verzuipen!

Van zo een daden komt ook in deze moderne tijd zo nu en dan iets in het nieuws. Gezinsdrama's waarbij een ouder zijn kind van het leven beroofd, omdat het een handicap heeft. Of een jongeman die op straat een aantal mensen neerknalt omdat ze niet de huidskleur hebben die hij prefereert of die Duitser, zijn naam ontglipt me even, die bepaalde groepen mensen van een bepaalde afkomst of geaardheid ook liefst, en bij voorkeur gruwelijk, elimineerde. Naar hun eigen normen, hebben ze allen een geldige reden voor hun daad of daden. De samenleving denkt daar evenwel anders over. In deze gevallen noemt de maatschappij de dader doorgaans (massa)moordenaar!

Na al het voorgaande geschrijf, maak ik op dit ogenblik wellicht weinig kans om na mijn overlijden, voorbij de hemelpoort te geraken. Is daar ten andere al iets gedaan aan de infrastructuur, met het oog op de toegankelijkheid voor de overleden fysiek beperkte personen? Of mag die rolstoel na zo veel jaren trouwe dienst, de ziel van de rolstoeler niet vergezellen bij het ten hemel stijgen? Hem of haar vervoeren naar diens nieuwe en tevens laatste verblijfplaats? Nu ja, het heeft geen zin me daar het hoofd over te breken. Voor een ketter als mij blijft de boel daar ongetwijfeld sowieso potdicht. Jammer? Dat weet ik niet zozeer. Alle dagen rijstepap eten spreekt mij niet direct aan. En steeds met gouden lepels eten is ook niet zonder gevaar. Want als daar door veelvuldig gebruik schilfers van loskomen, dan kan je vergiftigd raken en behoorlijk ziek worden. Dat weet ik uit ervaring. Bij de overgang naar het nieuwe millennium heb ik een ganse fles champagne met goudschilfers leeggedronken. Zat werd ik er niet van, maar wel ziek! Een ganse week zelfs. En wat die engelen betreft. Ze kunnen dan misschien wel mooi en lieftallig ogen, maar ze zijn volgens bepaalde bronnen geslachtloos, dus veel valt daar dan toch niet mee aan te vangen! ;-)

Trouwens daar hoog in de wolken is het vast bitter koud, en ik hou net van de warmte. Dus laat mij gerust terechtkomen in de hel. Daar kan ik dan ook nog wat lol beleven bij het trekken aan de duivel zijn rattenstaart. Dan heb ik toch nog een beetje plezier gehad vooraleer ik opbrand in het vagevuur. Onder het beluisteren van kermismuziek die weerklinkt uit de luidsprekers van de, naar verluidt in de onderwereld geïnstalleerde jukebox!

Als God dan evenwel toch zou bestaan, wat ik niet uitsluit, want iedereen kan zich vergissen, hoop ik wel dat Hij niet de menselijke gedaante heeft van een blanke man met lang wit haar en dito baard, maar dat Zij een volslanke sexy zwarte vrouw is met een prachtig rastakapsel!

En die verdraagzame God zal me maar al te graag mijn niet-gelovig zijn vergeven en Sint Pieter opdracht geven om me, met zin of tegenzin, te redden van de verdoemenis, zodat  God me tegen Haar boezem kan drukken. En ik op die manier ook aan de begeerde warmte geraak.

Rudi, 10 november 2008 (revisie op 19 juni 2009)

 

04-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - Vrome Christen mens

 

Een held ben ik hoegenaamd niet. Soms gedraag ik me evenwel als één. Mijn rechtvaardigheids- en eergevoel zijn immers véle keren groter en sterker dan mijn lafheid. Dat is altijd al zo geweest en het zal waarschijnlijk steeds zo blijven.

Zo was ik op zeventienjarige leeftijd, op een zaterdagavond, als naar gewoonte, met mijn vrienden en vriendinnen aanwezig op een fuif, in een buurtgemeente van de stad waar ik toen woonde en trouwens nog steeds woon. De organisatie was in handen van een professionele mobiele muziekstudio, die ook de lichtshow verzorgde. Het gebeuren vond plaats in een sporthal, die bijna wekelijks werd verhuurd voor de inrichting van wat wij toen noemden 'TD's.'

Na enig dansen op de dansvloer ging ik met enkele vrienden voor het podium staan, waarop de muziekinstallatie stond opgesteld. Vanuit die positie hadden we een excellent zicht op wat er zich op de dansvloer afspeelde en konden we bovendien meisjes spotten, met wie we later die avond wel eens een trage wilden dansen. We stonden daar eigenlijk nog maar net, toen één van de deejays aan de ganse rij vooraan kwam verzoeken om niet meer op het podium te gaan zitten of er tegen aan te leunen. Blijkbaar waren enkele jongens even daarvoor nogal wild te keer gegaan, wat problemen veroorzaakte met de naalden van de platenspelers. Toentertijd werden immers nog steeds vooral vinylschijfjes gedraaid.

Sommige jongeren gingen elders staan. Mijn vrienden, ik en een aantal anderen zetten gewoon een flinke stap vooruit. Een roodharige kerel, van naar ik schatte vooraan in de twintig, en daarmee een flink stuk ouder dan het gros der fuifbeesten, die ik even daarvoor had opgemerkt, leunend tegen het podium, kwam zwalpend op me af. Met dubbele tong, als gevolg van overmatig drankgebruik, zei hij dat ik van het podium weg moest gaan. Ik repliceerde dat ik het podium niet aanraakte. En, om hem dit als het ware aan te wijzen, keek ik in de richting van de leegte tussen mijn corpus en het podium. Op het moment dat ik mijn gezicht langzaam terugdraaide, haalde hij uit met zijn rechtervuist en een tel later incasseerde ik een flinke mep op mijn linkerwang. Het duizelde even voor mijn ogen en ik wankelde op mijn benen.

Mijn eerste gedacht was om die kerel terug te slaan. Ik maakte zelfs aanstalten daartoe, maar mijn vrienden hielden me tegen. Die kerel lachte inmiddels schamper en liet uitdagend zijn vuisten zien. Nagenoeg iedereen die op de fuif aanwezig was, troepte samen rondom ons. Mijn grijze hersencellen, licht beneveld door de enkele glaasjes bier die ik die avond reeds had gedronken, trachtten een oplossing te bedenken om een einde te maken aan deze voorstelling, zonder de avond helemaal te bederven.

Die andere ook een klap geven betekende geheid oorlog. Droop ik af, dan zou ik een enorm gezichtsverlies lijden en in de toekomst de boksbal zijn van elke klootzak die zich eens wou uitleven. Gelukkig kreeg ik de fantastische ingeving om me uit de handen van mijn vrienden los te werken, uitdagend voor die kerel te gaan staan en hem stoer, met de kin omhoog, mijn andere wang aan te bieden, door er met mijn rechter wijsvinger naar te wijzen. Mijn aanpak werkte: die kerel droop grijnzend af.

De volgende ochtend, in de praktijk reeds enkele uren na mijn avondje uit, woonde ik, devote Christen, slaapdronken de vroegmis bij in onze dorpskerk. Op zeker moment hoorde ik de celebrant volgende woorden uitspreken: "Jezus zegt: 'als iemand je een klap in je gezicht geeft, biedt hem dan ook de andere wang aan.'" Meteen was ik klaarwakker.

De voorganger vervolgde: "Want is er een krachtiger manier om de werkelijkheid van deze wereld te ontkennen dan door je andere wang aan te bieden? Je zegt dan: 'een klap in mijn gezicht is niet belangrijk. Met mij, het bewustzijn van liefde, is niets gebeurd. En dus is de klap niet belangrijk.' En zo vergeef jij je broeder die nog niet zoveel weet als jij, en ben je in staat om, ondanks de klap, met hem in éénheid te treden. Is er een krachtiger manier dan dit om deze wereld te ontkennen en je zo klaar te maken voor de wereld van God?" Ik dacht: "Allé, als het van God, Jezus en onze pastoor afhangt, ben ik dus goed bezig!"

Een tweetal weken later was ik terug aanwezig op een fuif, in dezelfde gemeente, op dezelfde locatie en met alweer dezelfde mensen die voor de muzikale omlijsting zorgden. Ik was, vlak naast de dansvloer, gezellig met enkele vrienden aan het babbelen, toen ik ineens die rosse terug op me af zag komen. Ik hield mij aanstonds gereed om een aanval af te slaan en balde mijn vuisten om zelf meppen uit te kunnen delen, want ondanks alles zou ik me deze keer niet laten aftroeven. Liever een slechte Christen, dan een goeie met een blauw oog of een bloedneus.

Die man, blijkbaar nuchter deze keer, opende echter zijn armen, toverde een brede glimlach op zijn gelaat en kwam zo tot vlak voor me staan. Hij nam me vast en bracht zijn hoofd dicht tot bij het mijne. Even vreesde ik dat het voorgaande show was geweest om me nu een flinke kopstoot te kunnen verkopen, maar die vrees bleek ongegrond. Die kerel hield met zijn beide handen mijn bovenarmen stevig beet, terwijl hij, boven de muziek uit, in het plaatselijke dialect, in mijn oor brulde: "Jij bent mijn vriend, hé?! Jij bent mijn vriend!", waarna hij mij enigszins verbaast achterliet en als gelukzalig knikkend zijn eigen kliekje opzocht. De man heeft mijn vrienden en mij daarna nooit meer lastiggevallen.

Ru(sh)di(e), 24 januari 2006 (revisie op 27 april 2009)