05-04-11

De avonturen van Rudi & Co - Alweer voorbij

De feesten in mijn woonplaats zijn weer achter de rug. Ze zijn GOED geweest, ondanks het bij tijden mindere, soms zelfs barslechte weer, toen regen, wind en koude deels de pret verstoorden. Maar dat wisselend weer zijn we gewoon in dit land en zeker in de eerste week van augustus. Het zorgt ervoor dat er voor ons, feestgangers, steeds een gespreksonderwerp is op momenten dat we bekenden tegenkomen in de feestende massa..

Er was ook nog een andere spelbreker, maar dan wel enkel voor mij persoonlijk. Sinds enkele jaren is er omstreeks dit moment van het jaar wel altijd iets mis met mijn rolstoel: een defecte stuurinrichting of niet functionerende batterijen. Dit jaar was er reeds net voor de aanvang van de feesten iets mis met het ROHO luchtkussen, waar mijn zitvlak de ganse dag mijn lichaam op laat rusten. Een lek in één van de noppen. Herstellen zag ik niet onmiddellijk zitten, en achtte ik tevens niet echt urgent, want ik had immers een spiksplinternieuw reservekussen ter mijner beschikking.

Zo eenvoudig als de oplossing leek, zo moeilijk bleek ze uiteindelijk te zijn. Het lukte me maar niet om zonder pijn op dat nieuwe kussen te zitten. Lucht uitlaten, lucht toevoegen… het bracht allemaal geen soelaas. Waardoor ik de eerste feestdagen ontzettend veel pijn aan mijn poep diende te doorstaan.

Omdat pijn verbijten reeds sinds meer dan de helft van mijn leven er een ongewenst deel van uitmaakt, ben ik op dat vlak wel wat gewoon. Maar dit ging me toch wat te ver, zodat ik een alternatief zocht. En dit vond in mijn allereerste luchtkussen dat ik uit de kelder naar boven liet halen en in mijn rolstoel leggen. Samen met een harde mousse, om gans de zitoppervlakte van mijn stoel gevuld te krijgen,

Een lapmiddel dat me gelukkig een gunstig resultaat opleverde. Waardoor ik de resterende feestdagen kon doorbrengen met veel minder pijn en nog meer plezier.

In één stad, tien dagen lang, op drie locaties, mensen, muziek, drank en eten. Wat kan een mens nog meer wensen? Ik weet het! Ze zouden potverdorie al die feesten NA ELKAAR moeten laten doorgaan, in plaats van alle drie gelijktijdig. Dan zouden we immers nooit moeten kiezen waar die avond heen te gaan en konden we onze feestenroes een ganse maand laten duren!

Mijn abonnement voor de Lokerse Feesten deelde ik met mijn zoons, want sommige avondprogramma’s spraken hen meer aan dan mij. Bovendien diende ik, als steeds, rekening te houden met het feit dat ik ook nog moest zien in bed te geraken. Waardoor mijn uur van thuiskomst in belangrijke mate werd bepaald door de mogelijkheden en bereidwilligheid van mijn verpleger, verpleegster en echtgenote.

De Polifonics heb ik dit jaar een beetje links laten liggen. Hun muziekaanbod, nochtans goed, kon ook dit jaar, voor wat mij persoonlijk betreft, dat van het aangebodene op de twee pleinen, niet overtreffen. Een keer of twee, drie ben ik er de sfeer gaan opsnuiven. En die zat goed in de gigantische, in het stadspark opgestelde, aan de zijkanten open tent. En als ik ’s avonds al eens wat vroeger huiswaarts keerde, dat kon ik op mijn rijroute langs de rivier De Durme, ook even meegenieten van de muzikale geluiden die aan de overkant van het water, op het heel wat kleinere podium in het park, werden ten gehore gebracht.

Mijn favoriet is nog steeds de Fonnefeesten. Gezelligheid troef op dit plein. Het enige nadeel is dat zij aldaar in glazen geschonken drank aanbieden. Aangenamer en smaakvoller om drinken dan uit een plastieken bekertje of flesje, zoals op de Lokerse Feesten. Maar voor mij betekent dit een groot gevaar, wegens de niet te onderschatten kans om één van mijn vier luchtbanden lek te rijden op glasscherven. Want het valt uiteraard niet te vermijden dat er in de loop van de avond en nacht al eens een glas tegen de vlakte gaat. Bij het verlaten van het terrein uiterst geconcentreerd alle gevaarlijke stukjes op de grond vermijden was dus steeds een vereiste. Want scherven brengen mij geenszins geluk.

Naast de ten gehore gebrachte muziek op de podia en de ten tonele gebrachte acts en lichtshows, heb ik ook enorm genoten van het aanschouwen van het schoon volk dat zich gedurende de 10-daagse door de straten en over de pleinen van Lokeren voortbewoog, de zitbanken, terrasjes en elke vrije plek op de grond bevolkte en de op het marktplein opgestelde kermis frequenteerde.

De kindernamiddagen waren wederom een succes. Mijn bijna 14-jarige tweeling kreeg ik er uiteraard niet meer mee naartoe. Zij behoren trouwens ook niet meer tot de doelgroep. Toch ben ik zelf gaan kijken en heb op woensdagnamiddag op de Oude Vismijn genoten van het optreden van de Jeuk Liveband met Jan Pladijs. Een wervelende show met een continue interactie met het jonge publiek. Dat gelukkig gespaard bleef van regen. Wat de daaropvolgende zaterdag niet het geval was bij het optreden van de Ketnet Band, die in de namiddag optrad op de Grote Kaai. Voor een massa kinderen en hun ouders. Bij het inzetten van de bisnummers begon het water met bakken uit de hemel te vallen. Zij die vooruitziend waren en regenkledij en paraplu’s meebrachten, konden blijven staan. De anderen, waaronder ik, zochten een plekje om te schuilen.

Op het vlak van toegankelijkheid was er zo goed als niks veranderd. Op het festivalterrein van de Lokerse Feesten stond, net aan de ingang en toiletten, een verhoogd balkon opgesteld voor rolstoelers en mensen die slecht te been zijn. Het voordeel van zo een verhoog is dat, uitsluitend als er voldoende ruimte vrij is, je gezel op een stoel naast je plaats mag nemen. Wat aangenaam is wegens het op ongeveer dezelfde ooghoogte zijn, wat bovendien het met elkaar communiceren gemakkelijker maakt. Je hebt tevens, over de hoofden van de andere aanwezigen heen; een vrij zicht op het podium aan de andere kant van het festivalterrein en op de videowand ernaast.

Nadelen bij de opstelling in Lokeren zijn de verre afstand van het podium, de plaatsing vlakbij de in- en uitgang, net achter de looproute naar de toiletten en onder een balkon waar keuvelende groepjes mensen je, zonder twijfel ongewild, storen in je betrachting uitsluitend te genieten van hetgeen er op en voor het grote podium gebeurt.

Ten gevolge van die factoren voel je je op geen enkel moment opgenomen in de groep van enthousiaste festivalgangers voor het podium. Wat voor mij nochtans wel van essentieel belang is om ten volle van een dergelijke evenement te kunnen genieten. Bovendien wordt ik tijdens het tussen de meute staan, vaak aangesproken door voordien voor mij onbekende individuen. Dat verbroederen en verzusteren, daar hou ik wel van. Toegegeven, mijn gesprekspartners hebben doorgaans te diep in het glas gekeken. Maar ik ben het intussen gewoon dat men eerst een glaasje op moet hebben vooraleer het woord tegen mij te durven richten. Daar zal mijn afschrikwekkend uiterlijk wel voor iets tussen zitten zeker?!

Maar toen ik dan toch eens op dat platform plaatsnam, om mijn vrouw te plezieren met een zitplaats en uitzicht op de activiteiten op het podium, nam ik mij de vrijheid ongegeneerd te lonken naar het op het terrein rondkuierend schoon volk. En dat was er in groten getale. Eigenlijk was het wel leuk om de mensen eens vanuit de hoogte, ergo een ander perspectief te bezien. Want meestal krijg ik voornamelijk zitvlakken en onderruggen te zien.

Een grappig schouwspel speelde zich af voor mijn voor dergelijke situaties heel opmerkzaam, blauwe kijkerpaar, toen er zich op een gegeven moment een jongedame voortbewoog vlak voor het verhoog. Met het welgevormde zongebruinde lichaam in een ultrakort strak zittend zwart kleedje gestoken, Het meisje kwam van de toilettenblok aan,mijn rechterkant en begaf zich, evenwijdig stappend met het verhoog, in de richting van de mensenmassa links van mij.

Bij elke stap die de deerne zette, schoof haar kleedje vijf centimeter naar omhoog. Maar ze bleek een geoefende korte kledijdraagster te zijn. Want telkens het kledingstuk opschoof, trok ze het met beide handen snel weer naar beneden. Op die goeie vijftien meter dat mijn ogen de dame volgden gebeurde dit wel een keer of twintig. Komisch om te zien!

Dat, terwijl mijn echtgenote ons iets te eten was gaan halen, de mensen van Intro, die het verhoog bevolkten, haar stoel wilden wegnemen, omdat zij zinnes waren er vandoor te gaan, vond ik minder geestig. Die mensen waren verbaast dat ik ook nog het optreden van middernacht wou uitzien, dat toen nog bezig was.

Uiteindelijk is één van hen gebleven tot ik veilig het verhoog heb verlaten. De sleutel van het daar vlakbij, goed in het oog springend blauwe invalidentoilet zou hij overdragen aan de toiletdame van de validentoiletten. Dat ik daar toch geen gebruik van zou maken wegens te klein voor mij en mijn machine, hield ik maar voor mij. Vorig jaar heb ik dit al aan de organisatoren gemeld en beloofden ze mij voor de volgende editie uit te kijken naar een groter exemplaar. Niet gedaan of niet gevonden? Enkel zij weten het!

Op het terrein van de Fonnefeesten hadden ze, na een opmerking erover door mij, vorig jaar, naast de toiletblok, een extra scherm geplaatst, waarachter rolstoelers desgewenst, onttrokken aan de blikken van passanten, hun plasje konden doen. Een noodfaciliteit, want op die plek geraken zou nogal veel gedoe vragen, en daar hou ik helemaal niet van. Net zoals de meeste mensen doe ik pissen en kakken liefst zo discreet mogelijk. Dit jaar heb ik problemen dienaangaande vermeden door na de middag niet meer te drinken en, vooraleer naar het centrum te vertrekken, om een uur of zeven, thuis nog even mijn blaas te ledigen.

Voor mensen als ik zal het wel altijd behelpen blijven op activiteiten en evenementen zoals deze. En steeds ten strijde trekken om beterschap te bekomen voor mezelf en lotgenoten, dat heb ik inmiddels afgeleerd. Ik berust erin dat er een globale maatschappelijke mentaliteitswijziging moet komen, maar dat er allicht nog minstens één generatie overheen zal gaan vooraleer die er is. Eventuele ongenoegens ventileer ik inmiddels via deze blog… sorry, lieve lezers.

Mijn weblog die trouwens begin augustus (2010), in alle stilte haar derde jaargang is ingegaan. Mensen, wat gaat de tijd toch snel. Zo snel zelfs dat ik in de stukje bijna vergat te melden welke groepen mijn toppers waren.

Het waren dit jaar absoluut niet de grote namen met een gigantische show die me het meest hebben bekoord, maar ik heb vooral genoten van ‘Nevermind Nessie’ een deelnemer aan, maar niet de winnaar, van het Fonne Rockconcours en de groepen ‘Absynth Minded’ en ‘Daan’, die beiden op de Lokerse Feesten een dag de openingsact verzorgden. Met verve!

Eerlijkheidsgetrouw dien ik te bekennen dat, wat Daan betreft, ik in tegenstelling tot de grote schare vrouwelijke fans, die vooral vallen voor de uitstraling van de man naar wie de band is genoemd, die trouwens enkel bij live optredens uit meerdere muzikanten bestaat, ik vooral gecharmeerd ben door het drumwerk en de zang van bandlid Isolde Lasoen.

Uiteindelijk heb ik, op 10 dagen tijd, na de gesmaakte feestelijke start met De Pré historie Live op de eerste vrijdagavond, toch minstens 20 optredens gezien en van enkele dj-sets genoten.

En met het stipt op het afgesproken tijdstip van 22u00, tussen de twee Durmebruggen afgestoken vuurwerk, werd zondag jongstleden een spetterend, knallend en kleurrijk startsignaal gegeven voor het ingaan van de laatste feestnacht. Die ook ik zo lang mogelijk wou laten duren, zodat er van veel slapen geen sprake was. Het aftellen tot de volgende editie kan beginnen.

Ru(sh)di(e), 12 augustus 2010 (publicatie op mijn blog 'Rudi's kijk op de wereld'), revisie op 30 maart 2011.

26-03-10

Heden en verleden - Omvallende bomen

  

Mijn ouders hun huis en stallingen stonden op een lap grond, waarop voor de woning een gewone tuin met graspleintjes en bloemperkjes was aangelegd en achteraan een moestuin. Hun eigendom was gelegen naast een veldweg, een 'slag' zoals wij dat noemden. Welke gebruikt werd door de boeren uit de buurt, om tot bij hun weiden of landbouwgrond te geraken.

Vanaf de straat gezien was onze doening rechts van die veldweg gelegen. Terwijl links ervan een stuk landbouwgrond lag. Nu stond aan de straatkant, over de ganse breedte van die akker, een rij hoge bomen. De eerste van de rij, deze op de hoek van de akker en het begin van de veldweg, die trouwens door mijn pa gratis en voor niks werd onderhouden, was eigendom van mijn ouders. En als kleine rakker was ik er reuze trots op dat zij de eigenaars waren van zo een gigantische boom!

De rest van de bomenrij was reeds jaren daarvoor geveld en vervangen door jonge aanplant, en ons oude huis en het grootste gedeelte van de stallingen gesloopt en vervangen door een door mijn pa eigenhandig gezette nieuwbouw, toen een jaar minder dan een kwarteeuw geleden, mijn pa het plan opvatte om ook 'onze' boom te vellen. Om wat voor reden durf ik niet met zekerheid te schrijven, maar ik vermoed dat hij goedkope brandstof wou voor de allesbrander, die toen al sinds enkele jaren 's winters onze living en keuken verwarmde.

Alhoewel ik inmiddels reeds in mij adolescentiejaren vertoefde, was ik ook als 18-jarige toch niet onverdeeld gelukkig met mij vaders voornemen. Maar ik had in deze kwestie niks in de pap te brokken. Die boom zou neergaan en daarmee basta!

Deze klus laten klaren door een professionele, in dit soort dingen gespecialiseerde firma, werd slechts heel even overwogen. Maar vrij snel als optie van de baan geveegd. Wegens veel te duur. De opbrengst van het hout zou niet eens toereikend zijn geweest om de kosten te dekken van het vellen. Dus zou mijn vader, een ervaren doe het zelver, met de hulp van enkele buurmannen, de boom zelf neerleggen.

Op een mooie lentedag was het zo ver. Vanuit onze living, waar ik met een, bij mij op bezoek zijnde, leeftijdsgenoot, een maat uit de buurt, zat te keuvelen, zag ik mijn vader en enkele mannen, alles in gereedheid brengen voor de job. En er stonden ook nog enkele andere buren te kijken en aanwijzingen en commentaar te leveren op de voorbereidende werkzaamheden

Er werd een lange houten ladder tegen de boom geplaatst en we konden zien dat mijn pa een dik touw rond de stam bevestigde, zo hoog mogelijk in de boom als waar hij met zijn handen kon reiken. De uiteinden van dat touw werden vastgemaakt aan de tractor van een boer uit de buurt. Trouwens tevens de eigenaar van de akker waarop het de bedoeling was dat onze boom terecht zou komen.

De boom helde over in de richting van ons huis, maar de tractor stond, met het touw gespannen, zo opgesteld dat deze de vallende boom de andere richting uit zou kunnen trekken. En de ervaren doe het zelf boomhakker uit onze buurt, die had aangeboden het afzagen van de boom voor zijn rekening te nemen, had ook de kant van de akker uitgekozen om, middels zijn kettingzaag, een spie uit de boomstam te halen.

Die boom kon dus niet verkeerd vallen, veronderstelde iedereen. Maar wat zag ik, en allicht ook ieder ander die toekeek? Dat, eens de boom in beweging kwam, hij geheel en al viel, in de richting van ons huis! Verbijsterd en met schrik zag ik die kolos van een boom recht op ons afkomen. Mijn maat en ik keken elkaar angstig aan. Wat hij vervolgens deed, dat weet ik niet, maar ik schreeuwde "oh, neen!" en kneep mijn ogen dicht tot het gevaarte neerkwam, met een harde bonk, die de grond onder onze voeten deed daveren.

Toen ik mijn ogen opnieuw opende, was er van de door mij gevreesde ravage, binnenshuis niks te merken De buitengevels stonden er nog allemaal en ook het glas in de vensterramen was niet gebroken. We spoedden ons naar buiten. Waar de zon, als het ware spottend, enkele zuinige stralen in de richting van de aarde stuurde. Waar in onze voortuin de boom lag die volgens het vooropgezette plan nochtans had moeten landen op de akker, enkele meters ernaast.

Naderhand bleek de oorzaak van deze ellendige misser het feit te zijn dat de boer te laat in actie was gekomen en dan op de koop toe zijn tractor niet onmiddellijk kreeg gestart. Toen dat luttele seconden later dan toch lukte, was hij nog enkel in staat geweest om de schade te beperken. Die al bij al nog meeviel. Enkele zware takken van de kruin van de boom hadden een deel van onze uit betonplaten met daarboven draad gespannen afsluiting vernield. En enkele minder zware takken hadden nog net de hoek van de overhangende dakgoot kapot gemaakt. De gevel van ons huis was niet geraakt en dus intact gebleven. Gelukkig maar!

Mijn vader was geschrokken en boos. Met zijn gebalde vuisten hemelwaarts gericht, nam hij de schade op. Ook mijn ma was vanuit haar keuken naar buiten gerend. En stond een beetje wezenloos de boel te aanschouwen. Een deel van haar bloemenperk was naar de knoppen. Wat haar evenwel op dat ogenblik allicht het minste zorgen baarde.

Het is uiteindelijk allemaal nog snel en zonder al te veel werk en kosten, in orde gekomen. Die dakgoot kon voor weinig geld worden hersteld, de afsluiting maken was een kwestie van het aankopen van enkele nieuwe betonpalen en -platen, en het spannen van een nieuw stuk draad, dus dat was ook de kost niet. Die boom werd onmiddellijk na zijn val geheel en al in stukken gezaagd. Die vervolgens ook nog eens werden gekliefd met een kliefhamer, een combinatie van een bijl en een voorhamer. Dat die boom dit trieste lot onderging was niet als straf voor de aangerichte schade, maar gewoonweg de uitvoering van het origineel plan.

Een van de buurmannen, die mijn vader hielp bij dit stoofhout kappen, grapte dat het hout van deze boom hem twee keer warmte zou verschaffen. Een eerste keer toen, op dat moment, door het stijgen van zijn lichaamstemperatuur bij het zagen, hakken en klieven en een tweede keer op het moment dat het hout van de boom zou branden in de stoof.

****

Als rijpe twintiger verhuisde ik naar mijn eigen woning, waar ook een grote tuin aan is verbonden. De hoogste boom in deze tuin met allerlei boom- en struiksoorten en allerhande ander groen, was een kolos van een zilverberk. Ooit door een vorige eigenaar van dit perceel, gepland op een positie ongeveer halverwege de achtertuin, en ook in de breedterichting op ongeveer dezelfde afstand van de grens met de naburige percelen, links en rechts van mijn tuin.

Die reus van een zilverberk stond daar te pronken als trotse, alle andere bomen en struiken overheersende tuinbegroeiing. Van ver in de omtrek van mijn eigendom kon je hem zien staan. Die houten gigant, die ook door geen enkele boom in de tuinen van de buren, in de ruime omgeving van onze woning, werd overtroffen qua hoogte en omvang. Onaantastbaar en onverwoestbaar, zo leek hij te zijn.

Tot het noodlot toesloeg, in de vorm van een blikseminslag bij noodweer. Hoge bomen vangen, ook letterlijk, niet enkel veel wind, maar zijn ongelukkigerwijs tevens een gemakkelijke prooi en doelwit voor andere natuurfenomenen.

Dat de bliksem ernstige schade had aangebracht aan de zilverberk, dat kon ik de dag na de inslag zichtbaar vaststellen. Vanaf de top van de stam, tot enkele meters lager, was een scheur te zien. Maar niks wees er op dat er een onmiddellijk gevaar bestond voor het naar beneden komen van een deel van deze monsterboom.

Lange tijd later woedde er op een zondagochtend een heel zware storm. Normaliter hadden mijn zoons die voormiddag een voetbalwedstrijd moeten spelen. Maar omwille van dit slechte weer, was die op het laatste moment afgelast. Dat nieuws bereikte ons trouwens pas toen zowel mijn zoons als ikzelf, warm ingeduffeld, de wind trotserend, reeds op weg waren naar het voetbalterrein.

Dus keerden we onverrichter zake terug huiswaarts. Er woei een geweldige wind, maar het was helemaal niet koud, noch vochtig. Derhalve had ik ontzettend weinig zin om reeds onmiddellijk terug onze woning binnen te rijden. Waar ik dan ongetwijfeld ook de rest van de dag zou moeten doorbrengen. Liever had ik even in onze achtertuin vertoefd, maar ik realiseerde mij dat dit, met zulk een stormachtig weer, niet erg verstandig zou zijn geweest.

Wat even later werd bewezen. Want we waren nog maar net binnen in huis, en ik had nog maar pas mijn jas uit, toen één van mijn jongens me meldde dat onze grootste boom uit het gezichtsveld was verdwenen. Wantrouwig, vermoedend dat ik in het ootje werd genomen, verplaatste ik mij snel naar de verandaramen achteraan in ons huis en keek van daaraf naar buiten. Mijn kijkers kregen een totaal ander uitzicht op de tuin te zien dan ze gewoon waren, want die doorgaans direct in het oog springende zilverberk was inderdaad foetsie!

De volgende dag, toen het weer terug wat rustiger was, reed ik de tuin in en vond de kolos, meedogenloos geveld, op het grasveld. Een triest zicht, vond ik dat. Maar nu die boom beneden lag, ontdekte ik wat de schors al die tijd had kunnen verborgen houden, namelijk dat de boomstam binnenin volledig was uitgedroogd. Het was eigenlijk een wonder dat dit gevaarte niet eerder tegen de vlakte was gegaan.

Het grasperk, dat voordien door de weelderige kruin van de zilverberk, als het ware van de buitenwereld werd afgeschermd, baadde nu in een zee van licht.  Dat mijn mooie boom wijlen was, daar ben ik toch wel enkele dagen verdrietig om geweest. Niet dat ik triest in een hoekje ging zitten, maar het neergaan van mijn lievelingsboom, en het feit dat ik hem als gevolg daarvan tot brandhout moest laten verwerken, had me toch wel geraakt. Figuurlijk althans, want ik zat, zoals voorheen geschreven, veilig binnen in huis toen die mastodont neerviel.

Mijn mooie tussenhaag was spijtig genoeg wel getroffen. Maar kom, die was enkele maanden na het gebeurde, alweer de oude. Bomen, planten, struiken en zo meer hebben het geluk dat, wat ze kwijt spelen, er naderhand vaak vrij eenvoudig terug aangroeit. Dat het mensdom daar eens een voorbeeld aan neemt!

****

Helemaal rechts achterin onze tuin, op de scheiding van ons perceel met dat van de achterburen en de buren aan de zijkant, stond een fruitboom die al sinds jaren op rust was. Dus reeds lang geen vruchten meer produceerde. En die een kruin had waarvan nog slechts enkele takken het geluk kenden in de lente de basis te zijn van enkel groene bladeren.

Die boom, of althans wat er nog van overbleef, had mazzel gevat te zitten in de zijtakken van een, er vlak naast staande, nog steeds volop in leven zijnde spar. Met het verstrijken van de jaren was deze boom, met een toch wel redelijke stamdikte, zijnde een goeie 40 centimeter, evenwel geleidelijk aan schuin komen te staan. En verloor de spar er daardoor beetje bij beetje haar greep op.

Aangezien hij naar onze tuin overhelde, en bij een eventueel vallen dus niet op de eigendom van onze buren terecht kon komen en desgevallend schade aanrichten, was ik vrij gerust. Toch zocht ik naar een oplossing om de boom te verwijderen. Want na elke periode met hevige rukwinden, kwam de boom steeds schuiner te staan. En hoewel er vrijwel nooit iemand in die hoek vertoefde, wou ik toch niet het risico lopen dat, als het toch eens zou gebeuren, degene die er liep, dat gevaarte op het hoofd zou krijgen.

Die nare ervaring uit mijn jonge jaren indachtig, wou ik de klus in geen enkel geval laten klaren door amateurs. Maar integendeel de job laten uitvoeren door professionelen. Aangezien de plek waar die boom stond, moeilijk bereikbaar was, konden die daar evenwel niet geraken met een hoogtewerker. En een lange ladder tegen die hellende boom plaatsen was te riskant. Een ladder tegen de spar plaatsen en vanuit die positie met een zware boomzaag aan het werk gaan, was ook niet echt een acceptabel alternatief.

Wikkend en wegend hoe ik die bejaarde fruitboom daar dan wel weg zou krijgen, reed ik op een zonnige namiddag nog eens naar die hoek, om de situatie aldaar nog eens deftig te bekijken. Vlak naast de scheiding met de tuin van onze achterbuur, en op een meter of vijf afstand van de boom, bleef ik staan. Maar niet voor lang. Want ik voelde mij allesbehalve veilig op de plaats waar ik stilstond. Want ik kon zien dat de spar haar greep op de boom nagenoeg volledig was kwijt geraakt en de oude fruitboom meer dan ooit overhelde, in de richting van waar ik zat!

Die moest daar dus uiterst spoedig weg, besliste ik. En ik zou daar eerstdaags werk van laten maken! Maar zo ver hoefde het niet te komen, want de natuurelementen namen me het werk uit handen. Nog diezelfde avond stak er, gelijktijdig met een fikse regenbui, een sterke wind op, die in de loop van de nacht nog toenam in snelheid en kracht!

De volgende ochtend had ik reeds het vermoeden dat er die nacht wel eens iets met die boom zou kunnen gebeurd zijn. En aangezien het stormen en regenen tegen de middag aan zo goed als helemaal voorbij was, ging ik toen een kijkje nemen achterin de tuin. Waar het onweer hevig te keer was gegaan, want alle paden en graspleintjes lagen bezaaid met takken, bladeren en ander groen en anderskleurige tuinelementen, waarmee de wind een spel had gespeeld.

En, zoals verwacht had die wind ook de boom in de hoek neergehaald. Hij was gevallen pal op de plek waar ik de dag ervoor nog had gezeten! Toch vriendelijk van die boom om te wachten met zich neer te laten leggen tot ik van het toneel was verdwenen. Stel je voor dat ik die brok hout met alles wat er aan hing, op mijn kop en alles wat daar aan hangt, had gekregen. Dood was ik dan allicht niet geweest. Tenzij het al te lang zou hebben geduurd vooraleer men mij kwam 'redden'. En er in dat geval al zo veel bloed uit mijn lichaam zou zijn gestroomd, dat mijn lichaam er dan toch 'het bijltje' zou hebben bij neergelegd.

Maar hoogst waarschijnlijk was het resultaat van dat onder die vallende boom terecht komen, veel erger geweest. En had ik het avontuur overleefd met nogal wat lichamelijke schade aan mijn lijf en materiële schade aan mijn elektrische rolstoel. Verzekeringsgewijs is dit laatste trouwens ook lichamelijk, wegens een onontbeerlijk hulpmiddel zijnde, en een materieel verlengde van de persoon die er aan gebonden is.

Voor de kwebbelaars in mijn woonplaats was het zonder twijfel jammer dat geen van de twee laatst vermeldde scenario's bewaarheid is geworden. Want er zou ongetwijfeld enorm veel geroddeld zijn geweest nopens dit voorval. En vooral verzonnen. Een verhaal dat dan zeker de ronde zou hebben gedaan, is dat van de poging tot zelfdoding. Daar zou ik trouwens zelf ook wel één en ander rond kunnen verzinnen. Maar voor dit verhaal heb ik me netjes aan waar gebeurde feiten gehouden.

Ru(sh)di(e), 4 oktober 2009 (publicatie op mijn blog 'Rudi's kijk op de wereld'), revisie op 1 maart 2010.